Let op: een deel van de maatregelen uit het Belastingplan 2027 en andere wetsvoorstellen is nog niet definitief. De Tweede en Eerste Kamer moeten hiermee nog akkoord gaan. De inhoud en ingangsdatum kunnen daarom nog wijzigen. Stem belangrijke beslissingen altijd af met je adviseur.
1. Beoordeel de hoogte van je winst
Aan het eind van het jaar heb je meer duidelijkheid over je winst. Beoordeel daarom of je winst in lijn ligt met je verwachtingen. Valt een deel van je inkomen hierdoor net in het hoogste tarief van de inkomstenbelasting? Dan kan het aantrekkelijk zijn om je winst te verlagen, bijvoorbeeld door kosten of een geplande investering naar voren te halen. Houd daarbij rekening met het effect op je totale kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
Andersom kan het aantrekkelijk zijn om je winst juist te verhogen als je dit jaar naar verwachting in een lager tarief valt dan volgend jaar.
Let ook op het effect van inkomensafhankelijke heffingskortingen en eventuele toeslagen. Houd er daarnaast rekening mee dat een lagere winst ook je MKB-winstvrijstelling verlaagt. Hierdoor kan het voordeel kleiner zijn dan verwacht. Laat het effect daarom berekenen door je adviseur.
Tip!
Wijkt je winst af van je verwachtingen? Vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag aan. Hiermee voorkom je de belastingrente van 5% en verlaag je je vermogen in box 3. Dit levert vooral voordeel op als je hiervoor beleggingen gebruikt. Voor box 3 is je vermogen op de peildatum van 1 januari bepalend. Het moment waarop je rond de jaarwisseling geld opneemt of stort, kan daarom doorslaggevend zijn. Krijg je geld terug van de Belastingdienst? Dan voorkom je met een aangepaste voorlopige aanslag dat je geld daar renteloos uitstaat.
2. Meewerkaftrek of arbeidsbeloning voor je partner
Werkt je partner mee in je bedrijf, maar is je partner niet bij je in loondienst? Dan kun je hier fiscaal rekening mee houden. Je kunt kiezen voor de meewerkaftrek. Dit is een percentage van de winst en hangt af van het aantal uren dat je partner meewerkt. Je kunt ook kiezen voor een arbeidsbeloning. Hiervoor geldt een reëel uurloon voor de uitgevoerde werkzaamheden. De arbeidsbeloning moet minimaal € 5.000 per jaar zijn. Je partner betaalt hierover zelf belasting.
De meewerkaftrek wordt vanaf 2027 flink verlaagd en verdwijnt in 2030. Afhankelijk van het aantal uren dat je partner meewerkt, mag je de winst vanaf 2027 nog met 0,32% tot 1% verlagen. Hierdoor wordt een arbeidsbeloning in veel gevallen aantrekkelijker.
Met een arbeidsbeloning kun je bovendien voorkomen dat je partner heffingskortingen misloopt. Heeft je partner zelf te weinig inkomen? Dan kunnen de algemene heffingskorting, arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting niet meer worden uitbetaald. Alleen partners die vóór 1 januari 1963 zijn geboren, kunnen de algemene heffingskorting nog uitbetaald krijgen. Voorwaarde is dat hun partner voldoende belasting betaalt. Met een arbeidsbeloning kan je partner de heffingskortingen mogelijk (deels) zelf benutten.
Let op!
De meewerkaftrek heeft geen gevolgen voor het inkomen van je partner. Bij een arbeidsbeloning is dat anders. Je partner betaalt hierover zelf belasting en premies Zvw. Bereken daarom welke optie voor jullie het voordeligst is en houd daarbij ook rekening met het eventueel mislopen van heffingskortingen.
Je mag ieder jaar opnieuw kiezen voor een andere beloningsvorm. Kies je voor een arbeidsbeloning? Leg deze dan schriftelijk vast en betaal de beloning ook daadwerkelijk. Bij de meewerkaftrek is dat niet nodig. Houd hiervoor wel een sluitende urenregistratie bij. Kies bij een arbeidsbeloning voor een reëel, marktconform uurloon.
Tip!
Kies voor een arbeidsbeloning als je partner meewerkt in het bedrijf en dit financieel voordeliger uitpakt.
3. Optimaliseer je kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA)
Investeer je als ondernemer in bedrijfsmiddelen? Dan heb je in principe recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Hiervoor gelden verschillende voorwaarden. Zo moet je in 2026 minimaal € 2.901 investeren. De KIA geldt bovendien alleen voor bedrijfsmiddelen waarop je afschrijft. Een bedrijfsmiddel moet daarom minimaal € 450 kosten. Investeer je in 2026 in totaal minimaal € 2.901 in bedrijfsmiddelen van ieder minimaal € 450? Dan heb je in principe recht op de KIA.
Tip!
Zit je in 2026 met je investeringen net onder de grens van € 2.901? Dan kan het lonen om een geplande investering naar voren te halen. Zo kom je mogelijk alsnog in aanmerking voor de KIA. Dit kan 28% KIA opleveren over het totale bedrag aan investeringsverplichtingen.
Voor de hoogte van de KIA is onder andere het moment waarop je de investeringsverplichting aangaat belangrijk. Denk aan het ondertekenen van een offerte of opdrachtbevestiging. Ook de hoogte van je totale investeringen speelt een rol. In 2026 is de aftrek met 28% het hoogst bij een totaal aan verplichtingen tussen € 2.900 en € 71.683. Bij investeringen tussen € 71.683 en € 132.746 bedraagt de KIA € 20.072. Het kan daarom voordelig zijn om investeringen goed te plannen en waar mogelijk over meerdere jaren te spreiden. Kun je de btw aftrekken? Dan bereken je de KIA over het investeringsbedrag exclusief btw. Controleer ook de samenloop met de MIA en EIA. De KIA, MIA en EIA kunnen naast elkaar bestaan, maar hebben eigen voorwaarden en soms beperkingen als je ze combineert.
Tip!
Verwacht je in 2026 meer dan € 398.236 te investeren? Overweeg dan om investeringen over meerdere jaren te verdelen. Een investering van bijvoorbeeld € 400.000 in 2026 levert geen KIA op. Verdeel je de investering over 2026 en 2027 in twee keer € 200.000? Dan heb je in beide jaren recht op € 14.988 KIA.
Wil je de investeringsaftrek meenemen in je aangifte inkomstenbelasting 2026? Dan moet je het bedrijfsmiddel in 2026 in gebruik hebben genomen of voldoende hebben aanbetaald. Anders schuift de aftrek geheel of gedeeltelijk door naar latere jaren. Afhankelijk van je verwachte winst kan het aantrekkelijk zijn om nog in 2026 een aanbetaling te doen. Houd daarbij rekening met risico’s, zoals een mogelijk faillissement van de leverancier.
Let op!
Betaal binnen twaalf maanden na het aangaan van de aankoopverplichting minimaal 25% van een investering die je nog niet in gebruik hebt genomen. Doe je dit niet, dan vervalt de volledige investeringsaftrek, tenzij sprake is van overmacht.
Let op!
Sommige bedrijfsmiddelen mag je willekeurig afschrijven. Dit geldt bijvoorbeeld voor sommige bedrijfsmiddelen op de Milieulijst en voor bepaalde investeringen van starters. Heb je het bedrijfsmiddel nog niet in gebruik genomen? Dan kun je toch willekeurig afschrijven tot maximaal het bedrag dat je in het jaar van investeren hebt betaald. Dit is vooral van belang voor starters, omdat het willekeurig afschrijven voor starters vanaf 2028 vervalt.
Heb je tussen 2022 en 2026 investeringsaftrek gekregen en verkoop je het bedrijfsmiddel weer of ruil je het in? Dan kun je te maken krijgen met de desinvesteringsbijtelling. Je moet dan mogelijk een deel van de eerdere aftrek terugbetalen. Houd hier rekening mee en wacht, als dat mogelijk is, met de desinvestering tot 2027.
Let op!
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de KIA. Bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 zijn uitgesloten. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer. Ook investeringen die je voor 70% of meer verhuurt, zijn uitgesloten.
Investeer je in meerdere ondernemingen? Dan mag je de KIA voor iedere onderneming apart berekenen. Dat pakt meestal voordelig uit. Een investering van € 100.000 in één onderneming levert bijvoorbeeld € 20.072 KIA op. Twee investeringen van € 50.000 in twee aparte ondernemingen leveren samen € 28.000 KIA op.
Tip!
Heb je meerdere ondernemingen? Bereken en claim de KIA dan per onderneming om mogelijk een hogere aftrek te krijgen.
Voor het vormen en gebruiken van een herinvesteringsreserve (HIR) gelden verschillende voorwaarden. Vooral het herinvesteringsvoornemen is belangrijk. Dit voornemen moet op de balansdatum bestaan. Je kunt dit bijvoorbeeld aantonen door offertes op te vragen of advies in te winnen over een vervangend bedrijfsmiddel. Heb je op het moment dat je de HIR vormt onvoldoende financiële middelen? Dan hoeft dit de vorming van de HIR niet in de weg te staan. Dit kan anders zijn als je binnen drie jaar na het jaar waarin de HIR ontstaat geen ander bedrijfsmiddel kunt aanschaffen om de HIR op af te boeken doordat de financiële middelen ontbreken. Je voldoet dan niet aan de wettelijke eisen. De inspecteur moet dit wel aannemelijk maken. Laat je daarom goed informeren en adviseren over de voorwaarden.
Let op!
Een HIR is niet altijd voordelig, vooral als je winst in de toekomst tegen een hoger belastingtarief wordt belast. Stel dat je verwachte jaarwinst vanaf 2027 tegen het toptarief van 49,5% wordt belast, terwijl in 2026 een lager tarief geldt. Boek je de HIR vanaf 2027 in vijf jaar af op een nieuw bedrijfsmiddel? Dan kun je vanaf 2027 vijf jaar lang minder afschrijven en betaal je meer belasting tegen het dan geldende hogere tarief.
Let op!
Voor bedrijfsmiddelen waarop je niet of in meer dan tien jaar afschrijft, zoals vastgoed, geldt een extra voorwaarde. Het vervangende bedrijfsmiddel moet binnen de onderneming dezelfde bedrijfseconomische functie hebben als het verkochte bedrijfsmiddel. Je mag voor de HIR bijvoorbeeld een pand in eigen gebruik niet vervangen door een verhuurd pand en andersom.
4. Laat je herinvesteringstermijn niet verlopen
Laat de termijn van eerder gevormde herinvesteringsreserves (HIR) niet verlopen. Heb je in 2023 een HIR gevormd? Dan moet je deze vóór 31 december 2026 benutten. Doe je dat niet, dan valt de HIR vrij en betaal je hierover belasting. Investeer daarom op tijd.
Er zijn twee uitzonderingen op de termijn van drie jaar om te herinvesteren. De eerste geldt als je vanwege de aard van het bedrijfsmiddel meer tijd nodig hebt. Denk bijvoorbeeld aan een investering in een chemische fabriek waarvoor verschillende vergunningen nodig zijn.
De tweede uitzondering geldt bij bijzondere omstandigheden waardoor de aankoop vertraging oploopt. Je moet dan wel al zijn begonnen met de aankoop. Ook moet je de oorzaak van de vertraging aannemelijk kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan een gemeente die geen bouwvergunning afgeeft, waardoor je de geplande investering moet uitstellen.
Let op!
Schrijf je niet of in meer dan tien jaar af op een bedrijfsmiddel, zoals vastgoed? Dan moet het vervangende bedrijfsmiddel dezelfde bedrijfseconomische functie hebben. Houd er ook rekening mee dat een HIR niet altijd voordelig is als je winst later tegen een hoger tarief wordt belast.
5. Voorkom verliesverdamping
Controleer of je verliezen uit box 1 uit het verleden nog op tijd kunt verrekenen. Een verlies in box 1 van de inkomstenbelasting kun je verrekenen met positieve inkomsten in box 1 uit de drie voorgaande jaren en de negen volgende jaren.
Tip!
Dreigt een verlies uit het verleden verloren te gaan omdat de termijn verloopt? Bekijk dan of je de winst dit jaar kunt verhogen. Je kunt bijvoorbeeld bepaalde uitgaven uitstellen of omzet eerder realiseren. Een geplande verkoop van een bedrijfsmiddel met boekwinst in januari kan daardoor aantrekkelijker zijn om al in december uit te voeren. Overleg met je adviseur over de mogelijkheden.
6. Zet je stakingswinst om in een lijfrente
Staak je je onderneming in 2026? Voorkom dan dat je direct belasting betaalt over de stakingswinst door deze om te zetten in een lijfrente. Betaal je de premie in 2027? Dan kun je deze nog aftrekken in 2026, zolang je de premie vóór 1 juli 2027 betaalt.
Let op!
Een betaalde lijfrentepremie verlaagt de belasting die je betaalt, maar niet je premie Zvw. Over de lijfrente-uitkering betaal je later ook premie Zvw. Om dubbele heffing te voorkomen, heeft de Hoge Raad bepaald dat bij aankoop van een lijfrente voor de fiscale oudedagsreserve (FOR) het aankoopbedrag het premie-inkomen voor de Zvw wel verlaagt. Voor een stakingslijfrente geldt dit niet. De stakingslijfrente heeft eigen aftrekmaxima, los van de reguliere jaar- en reserveringsruimte.
7. Forse vermindering stakingsaftrek
Beëindig je als ondernemer je bedrijf? Dan kun je de stakingsaftrek in mindering brengen op je stakingswinst. Vanaf 2027 daalt deze aftrek fors: van € 3.630 naar € 908. Vanaf 2030 vervalt de stakingsaftrek helemaal.
Tip!
Was je vanwege je leeftijd of om andere redenen toch al van plan om je bedrijf te beëindigen? Doe dit dan zo mogelijk nog in 2026. Dit levert € 2.722 extra aftrek op ten opzichte van 2027 en € 3.630 ten opzichte van 2030. Bij een tarief van 38,16% in de tweede schijf betaal je dan respectievelijk € 1.039 en € 238 minder belasting over je stakingswinst.
Let op!
Een betaalde lijfrentepremie verlaagt de belasting die je betaalt, maar niet je premie Zvw. Over de lijfrente-uitkering betaal je later ook premie Zvw. Om dubbele heffing te voorkomen, heeft de Hoge Raad bepaald dat bij aankoop van een lijfrente voor de fiscale oudedagsreserve (FOR) het aankoopbedrag het premie-inkomen voor de Zvw wel verlaagt. Voor een stakingslijfrente geldt dit niet.
8. Houd bij winstbepaling rekening met toeslagen
Als ondernemer in de inkomstenbelasting kun je aan het einde van het jaar je winst voor een deel zelf beïnvloeden. Denk aan willekeurig afschrijven voor starters, toepassing van de Vamil bij milieu-investeringen of het wel of niet vormen van voorzieningen en reserves.
Let op!
Vanaf 2028 is willekeurig afschrijven voor starters niet meer mogelijk.
Toeslagen hangen af van je toetsingsinkomen. Kleine verschuivingen in je inkomen rond bepaalde grenzen kunnen daarom grote gevolgen hebben voor je toeslagen. Houd hier rekening mee als je beslissingen neemt over je winst. Heb je dit jaar bijvoorbeeld geen recht op toeslagen, maar volgend jaar wel omdat je een huurwoning betrekt of gebruikmaakt van kinderopvang? Dan kun je je winst mogelijk beter pas volgend jaar verlagen. Doe dit alleen als het verschil de moeite waard is en je dit financieel kunt dragen.
Let op!
Stel dat je door het toegestaan schuiven met inkomsten en/of aftrekposten je winst volgend jaar met € 10.000 verlaagt. Je inkomen daalt daardoor van € 40.000 naar € 30.000 en je betrekt volgend jaar een huurwoning. Dit kan je zomaar € 2.700 extra huurtoeslag opleveren.
9. Bijtelling delen met je partner?
Werkt je partner mee in je onderneming en valt je partner in een lagere belastingschijf? Dan kan het voordelig zijn om de bijtelling voor de auto te verdelen. Zo betaal je samen mogelijk minder belasting. Valt jouw inkomen in de hoogste schijf van 49,5% en dat van je partner in schijf 1 van 36,23% (2026)? Dan levert dit een tariefsvoordeel op.
Houd wel rekening met de heffingskortingen. Het verdelen van de bijtelling kan leiden tot hogere of lagere heffingskortingen. De verdeling is vooral voordelig als je partner een inkomen heeft tot ongeveer € 23.000. Bereken daarom vooraf of het verdelen van de bijtelling daadwerkelijk voordeel oplevert.
Let op!
Je mag de bijtelling fiscaal verdelen als je aannemelijk kunt maken dat je partner de auto zowel voor werkzaamheden in het bedrijf als privé gebruikt. Verdeel de bijtelling naar verhouding van jullie gebruik. Leg de verdeling en het gebruik schriftelijk vast en pas deze consequent toe.
10. Maak een bewuste keuze bij gemengde kosten
Als ondernemer kun je sommige kosten maar gedeeltelijk aftrekken van je winst, omdat ze ook een privé-element hebben. Het gaat om kosten voor eten, drinken en genotmiddelen, representatiekosten zoals recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak, en kosten voor congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen.
Als ondernemer in de inkomstenbelasting mag je 80% van deze kosten aftrekken. Je kunt er ook voor kiezen om een vast bedrag niet van de winst af te trekken. In 2026 is dit bedrag € 5.700. Je mag ieder jaar opnieuw kiezen welke optie je toepast.
Tip!
Bereken vooraf welke keuze voor jou het voordeligst is. Het vaste bedrag van € 5.700 is alleen voordeliger als je in 2026 meer dan € 28.500 aan gemengde kosten hebt. Maak je geen keuze? Dan gaat de Belastingdienst automatisch uit van het vaste bedrag van € 5.700, ook als dit voor jou ongunstiger is.
11. Voorkom bijtelling voor de fiets van de zaak
Heb je een zakelijke fiets die je ook privé kunt gebruiken? Dan geldt een bijtelling van 7% per jaar. Een fiets geldt ook als privé gebruikt als je deze voor woon-werkverkeer gebruikt.
De bijtelling kan vervallen als je de fiets niet structureel thuis stalt. Dit geldt bijvoorbeeld voor:
- fietsen die minder dan 10% van de tijd bij je woonadres staan. Je stalt de fiets thuis als je deze voor je huis kunt zetten en de sleutel mee naar binnen kunt nemen.
- deelfietsen die je op kantoor of bij een hub ophaalt.
- dienstfietsen die je alleen af en toe mee naar huis neemt.
De bijtelling van 7% blijft wel gelden als je tijdens je rit naar huis omrijdt voor een privéboodschap. Gebruik je een deelfiets die je niet mee naar huis neemt privé, bijvoorbeeld om tijdens een rit om te fietsen voor een boodschap? Dan geldt deze uitzondering ook.
Tip!
Je kunt de bijtelling voorkomen door een deelfiets niet thuis te gebruiken of deze slechts af en toe mee naar huis te nemen. De regeling werkt terug tot 1 januari 2020. Heb je sinds die datum bijtelling betaald, terwijl de fiets niet structureel thuis stond en je deze alleen voor (een deel van) je woon-werkverkeer gebruikte? Dan kan de bijtelling worden gecorrigeerd. Leg binnen je bedrijf vast waar je de fiets stalt en hoe vaak je deze mee naar huis neemt, voor het geval van controle.
12. Houd rekening met vermindering zelfstandigenaftrek
De zelfstandigenaftrek wordt al enkele jaren afgebouwd. Ook in 2027 daalt deze verder. In 2026 bedraagt de zelfstandigenaftrek € 1.200 en kun je deze verrekenen tegen een tarief van maximaal 37,58%. In 2027 daalt de aftrek naar € 900 en kun je deze verrekenen tegen maximaal 38,16%.
Voor starters geldt een aanvullende aftrek van € 2.123. In 2027 daalt deze aftrek naar € 10. Vanaf 2028 vervalt de aanvullende aftrek helemaal.
Tip!
Overweeg je om over te stappen naar een bv? Neem dan ook de ondernemersfaciliteiten en de komende vermindering daarvan mee in je keuze. Door de afbouw van de zelfstandigenaftrek kan een overstap naar een bv eerder interessant worden.
13. Overweeg overstap naar bv
Als ondernemer in de inkomstenbelasting heb je recht op verschillende ondernemersfaciliteiten. De komende jaren worden meerdere faciliteiten verder afgebouwd. Denk aan de zelfstandigenaftrek, meewerkaftrek, startersaftrek, het willekeurig afschrijven voor starters en de stakingsaftrek. Daarnaast stijgen de tarieven in box 1 in 2027 opnieuw.
Ook de auto kan een reden zijn om nog in 2026 over te stappen naar een bv. Wil je een personenauto met CO2-uitstoot inbrengen in de bv? Doe je dit nog in 2026 en stelt de bv de auto uiterlijk eind 2026 ter beschikking, dan kun je tot en met 31 december 2030 gebruikmaken van het overgangsrecht. Tot die tijd krijg je niet te maken met de 12% pseudo-eindheffing. Richt je de bv pas in 2027 op? Dan geldt de 12% pseudo-eindheffing direct en kun je geen gebruikmaken van het overgangsrecht.
Overweeg daarom of een overstap naar een bv voor jou financieel voordelig is. Laat vooraf op basis van je verwachte winst het verschil in belastingdruk berekenen. Zo kun je beter inschatten of de overstap de moeite waard is. Houd ook rekening met de niet-fiscale gevolgen, eenmalige en extra periodieke kosten en andere argumenten, zoals het beperken van aansprakelijkheid.
Neem bij je keuze ook het gebruikelijk loon (dga-loon), de extra administratieve lasten en notariskosten mee. Voldoe je niet aan het urencriterium van 1.225 uur? Dan vervallen veel faciliteiten in de inkomstenbelasting en kan een bv relatief sneller aantrekkelijk worden.
14. Breng duurzaam overtollige liquiditeiten over naar privé
Liquide middelen die je als ondernemer voor je bedrijf gebruikt, behoren tot je ondernemingsvermogen. De opbrengst daarvan valt onder je winst en wordt belast in box 1. Liquide middelen die je privé aanhoudt, behoren tot je privévermogen en worden belast in box 3.
Je mag in principe zelf bepalen of liquide middelen tot je ondernemingsvermogen of privévermogen behoren. Deze keuze moet wel redelijk zijn. Hoeveel liquide middelen je voor je bedrijf nodig hebt, verschilt per bedrijf en hangt af van de feiten en omstandigheden.
Tip!
Afhankelijk van je situatie kan het voordeliger zijn om vermogen in je bedrijf of juist privé aan te houden. In je bedrijf wordt het belast in box 1 en privé in box 3. Kies de voordeligste optie, maar zorg dat je de omvang van je bedrijfsvermogen redelijk kunt onderbouwen.
Vragen? Neem contact op
Contact
- Belastingadviseur
- Partner belastingadvies
- Adviseur omzetbelasting
- Vaktechnisch officer