Belastingadvies DGA-advies

Eindejaarstips 2026 voor de bv en dga

Het einde van het jaar is een goed moment om stil te staan bij de fiscale positie van jouw bv en bij je rol als dga. Hoe ziet het resultaat er uit, welke fiscale mogelijkheden kunnen nog worden benut en met welke wijzigingen in 2027 moet nu al rekening worden gehouden? Hieronder vind je de belangrijkste tips voor de bv en dga. 

Bv en dga LR

Let op: een deel van de maatregelen uit het Belastingplan 2027 en andere wetsvoorstellen is nog niet definitief. De Tweede en Eerste Kamer moeten hiermee nog akkoord gaan. De inhoud en ingangsdatum kunnen daarom nog wijzigen. Stem belangrijke beslissingen altijd af met je adviseur.

1. In 2026 nog dividend uitkeren?

Welke tarieven in box 2 in 2027 gelden, is nog onzeker. In box 2 betaal je onder andere belasting over dividend. Er zijn twee tarieven. Over de eerste € 68.843 (2026) en € 69.607 (2027) aan inkomen in box 2 betaal je 24,5%. Dit tarief lijkt in 2027 niet te veranderen. Over het bedrag daarboven betaal je in 2026 31%. In de koopkrachtbrief is voorgesteld om dit tarief van 2027 tot en met 2030 te verlagen naar 29,2%. Het is nog onzeker of deze verlaging doorgaat.

Heb je een fiscale partner? Dan kun je het uitgekeerde dividend in de aangifte tussen jullie verdelen. Bij een verdeling van 50/50 betaal je in 2026 24,5% over de eerste € 137.686 aan inkomen in box 2 en 31% over het bedrag daarboven. In 2027 betaal je 24,5% over de eerste € 139.214 en 29,2% over het bedrag daarboven.

Tip!
Overweeg om in 2026 nog dividend uit te keren tot € 68.843, of € 137.686 als je een fiscale partner hebt. Zo maak je gebruik van het lage tarief. Dit kan vooral voordelig zijn als je van plan bent om in 2027 meer dan € 69.607, of met een fiscale partner € 139.214, aan dividend op te nemen.

Houd er rekening mee dat inkomen in box 2 sinds 2025 ook meetelt voor de hoogte van de algemene heffingskorting. Een dividenduitkering kan daardoor leiden tot een lagere heffingskorting. Op een dividenduitkering wordt 15% dividendbelasting ingehouden. Deze verreken je in box 2.

Let op!
Een dividenduitkering heeft ook gevolgen voor je vermogen in box 3 en voor excessief lenen. Heb je als aanmerkelijkbelanghouder een schuld van meer dan € 500.000? Dan heb je tot 31 december 2026 de tijd om deze terug te brengen. Doe je niets, dan betaal je in box 2 belasting over het bedrag boven € 500.000. Overleg met je adviseur of het voordeliger is om in 2026 dividend uit te keren, te wachten tot 2027 of later in één keer een hoger bedrag uit te keren.

Let op!
Houd er ook rekening mee dat het oppotten van winst in je bv sinds 2024 minder aantrekkelijk is. Bij een uiteindelijke verkoop van je bv betaal je dan al snel het tarief van 31%.

2. Speel in op verschil in tariefschijf

De eerste schijf van de vennootschapsbelasting heeft een tarief van 19% en geldt voor winsten tot € 200.000. Verwacht je dat de winst van je bv dit jaar onder € 200.000 blijft? Dan kan het voordelig zijn om kosten waar mogelijk uit te stellen, opbrengsten naar voren te halen of reserves te vormen.

Denk bij reserves en kosten bijvoorbeeld aan de kostenegalisatiereserve, herinvesteringsreserve, voorzieningen, het vervroegen van onderhoud of vervroegd afschrijven. Het verschuiven van winst kan vooral voordelig zijn als je daarmee voorkomt dat je winst in 2027 boven € 200.000 uitkomt. Zorg er wel voor dat de winst hierdoor dit jaar niet alsnog boven € 200.000 komt. Anders verlies je het tariefsvoordeel geheel of gedeeltelijk.

Tip!
Wijkt je winst af van je verwachtingen? Vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag vennootschapsbelasting aan. Zo voorkom je belastingrente. Bij een teruggave voorkom je dat je geld renteloos bij de Belastingdienst uitstaat. De belastingrente voor de vennootschapsbelasting bedraagt 5%.

Veel bedrijven hebben bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting. Heeft jouw bv dit ook gedaan en viel het bezwaar onder de massaalbezwaarprocedure? Dan is het bedrag van de belastingrente inmiddels aangepast en moet je hierover bericht hebben ontvangen van de Belastingdienst. De bezwaren binnen deze procedure zijn namelijk collectief toegewezen.

3. Houd rekening met excessief lenen

Sinds 2023 geldt de regeling voor excessief lenen om te voorkomen dat dga’s te veel lenen bij hun bv. Leen je als dga meer dan het grensbedrag? Dan wordt het bedrag boven deze grens belast als fictief inkomen in box 2 van de inkomstenbelasting. De toets vindt ieder jaar plaats op 31 december. Controleer daarom of je op 31 december boven de grens uitkomt en keer eventueel dividend uit om eronder te blijven. In 2026 is het grensbedrag € 500.000.

Let op!
In de koopkrachtbrief is voorgesteld om het grensbedrag van € 500.000 de komende vijf jaar stapsgewijs te verlagen naar € 100.000:

  • 2027: € 420.000
  • 2028: € 340.000
  • 2029: € 260.000
  • 2030: € 180.000
  • 2031: € 100.000

Voor deze regeling tel je alle schulden van jou en je fiscale partner bij elkaar op. Het gaat om schulden bij alle bv’s waarin je een belang van minimaal 5% hebt. Schulden voor je eigen woning tellen niet mee als ze kwalificeren als eigenwoningschuld en gedekt zijn door een hypotheek. Voor eigenwoningschulden die al vóór 1 januari 2023 bestonden, geldt de eis van hypothecaire zekerheid niet. In het voorstel om het grensbedrag te verlagen naar uiteindelijk € 100.000 blijft de uitzondering voor eigenwoningschulden bestaan.

Let op!
De regeling geldt ook voor (groot)ouders en (klein)kinderen die geld lenen bij de bv van jou of je fiscale partner. Voor deze verbonden personen geldt een eigen grensbedrag. Ook voor hen geldt de uitzondering voor eigenwoningschulden.

4. Houd je fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting tegen het licht

Zijn je bv’s op dit moment onderdeel van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting? Bekijk dan of dit nog steeds voordelig is. De fiscale eenheid betaalt vennootschapsbelasting over de totale winst van de bv’s binnen de fiscale eenheid. Door het verschil tussen het lage en hoge tarief kan het interessant zijn om de fiscale eenheid te verbreken.

In 2027 bedraagt het verschil tussen beide tarieven 6,8%-punt: 19% tegenover 25,8%. Het lage tarief geldt voor de eerste € 200.000 winst. Na het verbreken van de fiscale eenheid kan iedere bv afzonderlijk van dit lage tarief profiteren. Dit kan maximaal € 13.600 voordeel per afzonderlijke bv opleveren.

Let op!
Je kunt een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting niet met terugwerkende kracht verbreken. Wil je de fiscale eenheid per 2027 verbreken? Dan moet de Belastingdienst je verzoek vóór 1 januari 2027 hebben ontvangen.

Weeg de voor- en nadelen goed tegen elkaar af voordat je de fiscale eenheid verbreekt. Houd ook rekening met mogelijke onbedoelde gevolgen. Zo moet je mogelijk belasting betalen over vermogensverschuivingen tussen de bv’s in de afgelopen zes jaar. Controleer daarnaast wat verbreking betekent voor bestaande voorwaartse verliezen en eventuele beperkingen van de renteaftrek.

5. Voorkom belastingrente: vraag een voorlopige aanslag aan

Over je aanslag vennootschapsbelasting 2026 rekent de Belastingdienst vanaf 1 januari 2026 een rente van 5%. Controleer daarom of je voorlopige aanslag juist is. Is deze te laag? Vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan, als je liquiditeitspositie dit toelaat. Aan het einde van het jaar heb je meestal een beter beeld van de winst van je bv. Je kunt dan beoordelen of een nieuwe voorlopige aanslag nodig is.

Je betaalt geen belastingrente als je de aangifte vennootschapsbelasting indient vóór de eerste dag van de zesde maand na het tijdvak waarover belasting wordt geheven, doorgaans 1 juni. De Belastingdienst moet de aanslag dan wel volgens je aangifte vaststellen. Dit geldt ook als je binnen vier maanden na afloop van het boekjaar een voorlopige aanslag aanvraagt.

Tip!
Wijkt je winst af van je verwachtingen? Vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag vennootschapsbelasting aan. Zo voorkom je de belastingrente van 5%. Krijg je belasting terug? Dan voorkom je dat dit bedrag renteloos bij de Belastingdienst uitstaat.

Let op!
Soms eindigt het boekjaar van een bv vóór 31 december, bijvoorbeeld door opname in een fiscale eenheid. De Belastingdienst berekent de belastingrente dan vanaf zes maanden na het einde van het boekjaar. Wil je belastingrente voorkomen? Vraag dan binnen vier maanden na het einde van het boekjaar een aanvullende voorlopige aanslag aan. Dit moment kan dus al in 2026 liggen.

Veel bedrijven hebben bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting. Heeft jouw bv dit ook gedaan en viel het bezwaar onder de massaalbezwaarprocedure? Dan is het bedrag van de belastingrente inmiddels aangepast en moet je hierover bericht hebben ontvangen van de Belastingdienst. De bezwaren binnen deze procedure zijn namelijk collectief toegewezen.

6. Optimaliseer je (kleinschaligheids)investeringsaftrek

Als je investeert, heb je als ondernemer in principe recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Hiervoor gelden verschillende voorwaarden, waaronder een minimumbedrag. In 2026 is dit € 2.901. Je krijgt de KIA alleen voor bedrijfsmiddelen waarop je moet afschrijven. Dit betekent dat een bedrijfsmiddel minstens € 450 moet kosten. Investeer je in 2026 in totaal minstens € 2.901 in bedrijfsmiddelen die ieder minstens € 450 kosten? Dan heb je in principe recht op de KIA.

Tip!
Zit je dit jaar met je investeringen net onder de minimumgrens van € 2.901? Dan kan het lonen om een geplande investering iets te vervroegen. Zo kom je toch in aanmerking voor de KIA. Dit kan 28% KIA opleveren over het totaal aan investeringsverplichtingen.

Voor de investeringsaftrek zijn twee zaken belangrijk: het moment waarop je de investeringsverplichting aangaat, bijvoorbeeld door een opdracht te geven of een offerte te ondertekenen, en de tabel van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. In 2026 is het aftrekpercentage het hoogst bij een totaal aan verplichtingen tussen € 2.900 en € 71.683, namelijk 28%. Tussen € 71.683 en € 132.746 bedraagt de KIA een vast bedrag van € 20.072. Het kan daarom lonen om investeringsverplichtingen goed te plannen en, waar mogelijk, te spreiden.

Tip!
Dreig je in 2026 meer te investeren dan het maximum van € 398.236? Overweeg dan om je investeringen over meerdere jaren te verdelen. Een investering van bijvoorbeeld € 400.000 in 2026 levert geen KIA op. Verdeel je deze investering over 2026 en 2027 in twee keer € 200.000, dan heb je in beide jaren recht op een KIA van € 14.988.

Om de investeringsaftrek daadwerkelijk in je aangifte vennootschapsbelasting 2026 mee te nemen, moet je het bedrijfsmiddel in 2026 in gebruik nemen óf voldoende hebben aanbetaald. Anders schuift de aftrek door naar latere jaren. Afhankelijk van de verwachte winst kan het aantrekkelijk zijn om nog in 2026 een aanbetaling te doen. Houd daarbij wel rekening met de risico’s bij een faillissement van de leverancier.

Let op!
Betaal bij een investering die je nog niet in gebruik hebt genomen binnen twaalf maanden na het aangaan van de aankoopverplichting minstens 25% van het bedrag. Doe je dit niet, dan vervalt de hele investeringsaftrek, tenzij sprake is van overmacht.

Let op!
Sommige bedrijfsmiddelen mag je willekeurig afschrijven, zoals bepaalde bedrijfsmiddelen op de Milieulijst. Heb je deze nog niet in gebruik genomen? Dan kun je toch willekeurig afschrijven over maximaal het bedrag dat je in het jaar van investeren hebt betaald.

Heb je in de afgelopen vijf jaar, dus in de periode tussen 2021 en 2026, gebruikgemaakt van de investeringsaftrek en verkoop je het bedrijfsmiddel of ruil je het in? Dan kun je te maken krijgen met de desinvesteringsbijtelling. Hierdoor moet je mogelijk een deel van de aftrek terugbetalen. Houd hier rekening mee en wacht, waar mogelijk, met de desinvestering.

Let op!
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek. Bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 zijn bijvoorbeeld uitgesloten. Dit geldt ook voor goodwill, grond, woonhuizen en personenauto’s die niet bestemd zijn voor beroepsvervoer. Willekeurige afschrijving kan soms wel als het bedrijfsmiddel op de Milieulijst staat.

7. Vorm een herinvesteringsreserve (HIR) voor een verkocht bedrijfsmiddel

Heeft je bv een bedrijfsmiddel verkocht en daarbij boekwinst behaald? Dan kun je de belasting over deze boekwinst uitstellen door het bedrag op te nemen in een herinvesteringsreserve (HIR). Voorwaarde is dat je bv van plan is om opnieuw te investeren en dit voornemen houdt.

Je bv mag de HIR maximaal drie jaar na het jaar van verkoop aanhouden. Investeert je bv binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel? Dan trek je de HIR af van de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel mag hierdoor niet lager worden dan de boekwaarde van het verkochte bedrijfsmiddel. Een eventueel restant van de HIR kun je gebruiken voor een volgende investering binnen de herinvesteringstermijn.

Investeert je bv niet op tijd in een ander bedrijfsmiddel? Dan valt de HIR aan het einde van het derde jaar in principe vrij in de winst. Dit geldt niet als de aard van het nieuwe bedrijfsmiddel een langere termijn vereist of als bijzondere omstandigheden de investering vertragen. In het laatste geval moet je wel al begonnen zijn met de aanschaf. In veel gevallen kan het voordelig zijn om een HIR te vormen.

Let op!
Het vormen van een HIR is niet altijd voordelig. Dit geldt vooral als je bv in de toekomst over de winst een hoger belastingtarief betaalt. Stel dat de jaarwinst van je bv € 200.000 bedraagt en je een HIR van € 100.000 kunt vormen. Daarmee bespaar je in 2026 € 100.000 x 19% Vpb = € 19.000.

Koop je in 2027 een bedrijfsmiddel waarop je de HIR in de periode 2027 t/m 2031 afboekt? En kun je daardoor ieder jaar € 20.000 minder afschrijven? Dan kost dit over de periode 2027 t/m 2031 in totaal € 100.000 x 25,8% = € 25.800 extra belasting. Hierbij gaan we ervan uit dat je bv in deze periode over de extra winst door de lagere afschrijvingen 25,8% belasting betaalt. Per saldo bedraagt je nadeel dan € 19.000 -/- € 25.800 = € 6.800.

Voor bedrijfsmiddelen waarop je niet of in meer dan tien jaar afschrijft, zoals vastgoed, geldt een extra voorwaarde. Het vervangende bedrijfsmiddel moet binnen de onderneming dezelfde bedrijfseconomische functie hebben als het verkochte bedrijfsmiddel. Je mag bijvoorbeeld een pand in eigen gebruik niet vervangen door een verhuurd pand en andersom.

Voor het vormen en gebruiken van een HIR gelden verschillende voorwaarden. Vooral het voornemen om het bedrijfsmiddel te vervangen is belangrijk. Dit voornemen moet op de balansdatum duidelijk zijn. Je bv kan dit bijvoorbeeld aannemelijk maken door offertes aan te vragen of advies in te winnen over een vervangend bedrijfsmiddel. Laat je hierover goed informeren en adviseren.

Tip!
Stel je als dga bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking aan bijvoorbeeld je bv? Dan mag je als terbeschikkingsteller ook een HIR vormen.

8. Laat je HIR niet verlopen

Laat de termijn van eerder gevormde herinvesteringsreserves (HIR) niet verlopen. Heeft je bv in 2023 een HIR gevormd? Dan moet je deze vóór 31 december 2026 benutten. Doet je bv dat niet, dan valt de HIR vrij en betaalt je bv hierover belasting. Investeer daarom op tijd.

Er zijn twee uitzonderingen op de termijn van drie jaar om te herinvesteren:

  1. Vanwege de aard van het bedrijfsmiddel is meer tijd nodig. Denk bijvoorbeeld aan de investering in een chemische fabriek waarvoor verschillende vergunningen nodig zijn.
  2. Door bijzondere omstandigheden is de aankoop vertraagd. Je moet dan wel al zijn begonnen met de aankoop en de oorzaak van de vertraging aannemelijk kunnen maken. Denk bijvoorbeeld aan een gemeente die geen bouwvergunning afgeeft, waardoor je de geplande investering moet uitstellen.

Let op!
Door het verschil in tarieven in de vennootschapsbelasting kan het ook gunstig zijn om de HIR te laten verlopen. Bijvoorbeeld als je over de vrijgevallen HIR nu 19% belasting betaalt, terwijl je vanaf 2026 door hogere afschrijvingen 25,8% belasting bespaart. Neem dit mee in je afweging om de HIR wel of niet te laten verlopen.

9. Maak een bewuste keuze bij gemengde kosten

Als onderneming kun je sommige kosten maar gedeeltelijk aftrekken van de winst, omdat ze ook een privé-element hebben. Het gaat om kosten voor eten, drinken en genotmiddelen, representatiekosten zoals recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak, en kosten voor congressen, seminars, symposia, excursies en studiereizen. Voor ondernemingen in de vennootschapsbelasting is 73,5% van deze kosten aftrekbaar.

Je kunt er ook voor kiezen om een vast bedrag niet van de winst af te trekken. In 2026 is dit € 5.700 of 0,4% van de loonsom als dit bedrag hoger is dan € 5.700. Maak daarom bewust een keuze tussen beide mogelijkheden.

Let op!
Voor de berekening van het vaste bedrag kun je uitgaan van het fiscale loon waarop loonheffing is ingehouden. Dit bedrag vind je in de verzamelloonstaat. Je hoeft geen rekening te houden met posten die via de werkkostenregeling lopen. Dit maakt de toepassing eenvoudiger en kan in bepaalde situaties de aftrekmogelijkheden voor jou als werkgever vergroten.

Tip!
Bereken vooraf of het voordeliger is om voor het vaste bedrag te kiezen. Maak je geen keuze? Dan gaat de Belastingdienst automatisch uit van het vaste bedrag, ook als dit voor jou ongunstiger is.

10. Ken jezelf een lager gebruikelijk loon toe

Als dga moet je jezelf een gebruikelijk loon toekennen. Dit is minimaal het hoogste van deze drie bedragen:

  • 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking
  • het hoogste loon van de overige werknemers van je bv of verbonden vennootschappen
  • € 58.000 (2026)

Onder voorwaarden kun je het gebruikelijk loon lager vaststellen dan € 58.000. Je moet dan aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan € 58.000. Lukt dat niet? Dan bedraagt het gebruikelijk loon in principe minimaal € 58.000.

Ook het salaris van een eventuele mede-dga telt mee bij het bepalen van het hoogste loon van de overige werknemers. Ook hier kun je aannemelijk maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is. Je mag hiervoor niet uitgaan van het loon van een werknemer die zelf een aanmerkelijk belang in de bv heeft.

Uitzonderingen: Als starter mag je maximaal drie jaar uitgaan van een lager loon als je bv het gebruikelijk loon door de opstart van de onderneming niet kan betalen. Bijvoorbeeld omdat je veel hebt geïnvesteerd of omdat je bv een lage cashflow heeft. Ook als je bv structureel verlies lijdt, mag je jezelf een lager gebruikelijk loon toekennen.

Let op!
In deze situaties kan het gebruikelijk loon zelfs lager zijn dan het minimumloon als hiervoor zakelijke redenen zijn. Dit kan bijvoorbeeld als de continuïteit van je bv in gevaar komt wanneer je bv een gebruikelijk loon ter hoogte van het minimumloon uitbetaalt.

11. Verminder gebruikelijk loon met kostenvergoedingen en auto van de zaak

Kostenvergoedingen tellen mee voor het gebruikelijk loon als ze aan jou persoonlijk zijn toe te rekenen. Hierdoor kun je jezelf minder brutoloon toekennen. Het maakt daarbij niet uit of de kostenvergoeding belast of onbelast is. Denk bijvoorbeeld aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of reiskosten.

Ook de bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak telt mee voor het gebruikelijk loon. Heb je bijvoorbeeld een auto van € 60.000 met een bijtelling van 22%? Dan kun je het brutoloon € 13.200 lager vaststellen.

Door je gebruikelijk loon te verlagen, dat in 2026 minimaal € 58.000 bedraagt, betaal je als dga minder belasting in box 1.

12. Bijtelling delen met je partner?

Werkt je partner mee in je bv en valt je partner in een lagere belastingschijf? Dan kan het voordelig zijn om de bijtelling voor de auto met je partner te delen. Zo betaal je samen mogelijk minder belasting. Valt jouw inkomen in de hoogste schijf van 49,5% en dat van je partner in schijf 1 van 36,23% (2027)? Dan levert dit een tariefsvoordeel op.

Houd wel rekening met de heffingskortingen. Het verdelen van de bijtelling kan leiden tot hogere of lagere heffingskortingen. Bereken daarom vooraf of de verdeling daadwerkelijk voordeel oplevert.

Let op!
Je mag de bijtelling fiscaal verdelen als je aannemelijk kunt maken dat je partner de auto zowel voor werkzaamheden in het bedrijf als privé gebruikt. Verdeel de bijtelling naar verhouding van jullie gebruik. Leg de terbeschikkingstelling van de auto en de werkzaamheden van je partner goed vast in de loonadministratie.

13. Vraag tax credit aan voor box 2-verliezen

Een verlies in box 2 kun je verrekenen met positieve inkomsten in box 2 uit het voorgaande jaar of de zes jaren na het verliesjaar. Beëindig je je box 2-bezit met een verlies? Dan is verliesverrekening meestal niet mogelijk. Vanaf het tweede jaar waarin je geen box 2-bezit meer hebt, kun je daarom verzoeken om het verlies om te zetten in een zogenoemde tax credit. Deze kun je verrekenen met de inkomstenbelasting die je in box 1 betaalt.

In je verzoek kun je aangeven met de box 1-belasting van welk jaar je de tax credit wilt verrekenen. Dat kan een jaar zijn waarvan de aanslag nog niet is vastgesteld. Je kunt de tax credit ook via een ambtshalve vermindering verrekenen met een eerder jaar, maar niet met een jaar dat meer dan vijf jaar geleden is.

Het jaar van verrekening is belangrijk, omdat het tarief in box 2 vanaf 2024 is gewijzigd. Bij verrekening vanaf 2024 bedraagt de tax credit 24,5%. Over eerdere jaren is dit 26,9%. Vraag de tax credit daarom op tijd aan.

Tip!
Je benut de tax credit alleen optimaal als je voldoende inkomstenbelasting in box 1 betaalt. Voorkom dat je hierdoor heffingskortingen misloopt. Je kunt er ook voor kiezen om een deel van de tax credit aan te vragen en de rest door te schuiven naar de toekomst.

14. Giftenaftrek in de bv tot € 100.000

In de vennootschapsbelasting kun je giften aftrekken. De giftenaftrek bedraagt maximaal 50% van de winst, met een maximum van € 100.000.

Een gift vanuit de bv kan in principe worden gezien als behoeftebevrediging van de aandeelhouder(s). Dit leidt dan tot een verkapte dividenduitkering, waarover dividendbelasting en inkomstenbelasting verschuldigd zijn. Sinds 2025 geldt dit voor giften boven het maximaal aftrekbare bedrag. Voor giften tot maximaal € 100.000 is goedgekeurd dat deze niet als verkapte dividenduitkering gelden. Hierover betaal je dus geen dividendbelasting en inkomstenbelasting.

De aftrek geldt alleen voor giften aan kwalificerende ANBI’s of SBBI’s. Leg de status daarom vast in je dossier.

Tip!
Wil je vanuit je bv een grote gift aan een ANBI doen die boven het maximaal aftrekbare bedrag uitkomt? Overweeg dan om de gift te vervangen door sponsoring of reclame. Staat daar een tegenprestatie tegenover? Dan is geen sprake van een gift en zijn de kosten gewoon aftrekbaar van de winst.

15. Nieuwe verplichtingen verenigingen en stichtingen

Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) kunnen sinds 1 januari 2026 verplicht zijn om hun te publiceren gegevens digitaal aan te leveren via een standaardformulier. Dit geldt nu alleen voor grote ANBI’s. Zij leveren de gegevens aan bij een centraal digitaal punt van de Belastingdienst. De gegevens zijn vervolgens toegankelijk voor het algemeen publiek.

De wettelijke verplichting bestaat al, maar vanwege de technische uitvoering gaat de digitale aanleverplicht bij de Belastingdienst pas in op 1 januari 2029. Het digitale toezicht start op 1 januari 2030.

16. Profiteer van verruiming innovatiebox

Maakt je onderneming gebruik van de innovatiebox? Dan kun je vanaf 2027 mogelijk een groter deel van je innovatiewinst tegen een lager belastingtarief laten belasten. In de innovatiebox worden winsten uit innovaties effectief belast tegen maximaal 9%. In de praktijk vraagt dit om tijdrovend en kostbaar overleg met de Belastingdienst. Bij relatief kleine winsten wegen de kosten daardoor meestal niet op tegen het voordeel. Voor deze situaties bestaat de forfaitaire regeling.

Binnen de forfaitaire regeling geldt 25% van de winst als innovatiewinst. Over deze winst betaal je effectief maximaal 9% belasting in plaats van het reguliere tarief voor de vennootschapsbelasting. Volgens het voorstel stijgt het maximale bedrag waarvoor deze regeling geldt van € 25.000 naar € 100.000. Hiermee maakt het kabinet de innovatiebox aantrekkelijker voor mkb-ondernemers. Je mag de forfaitaire regeling per innovatie maximaal drie jaar toepassen. Voor een nieuwe innovatie geldt een nieuwe termijn van drie jaar.

Maakt je onderneming gebruik van de WBSO en heb je een S&O-verklaring? Onderzoek dan of de verruimde regeling voordeel oplevert voor je onderneming. Past een regulier innovatiebox-traject later beter? Dan kun je alsnog overstappen.

Let op!
Dit is een beleidsvoornemen. Controleer bij toepassing de parlementaire status en het overgangsrecht. Voor toepassing zijn doorgaans de WBSO en een S&O-verklaring vereist.

Vragen? Neem contact op

Contact

1 JLF0301 bewerkt
drs. Natasja Groenink - van der Voort
  • Belastingadviseur
Renzo van der Ham 6
mr. Renzo van der Ham
  • Partner belastingadvies
Marco de Weerd 1
mr. Marco de Weerd
  • Adviseur omzetbelasting
Wouter van Dam 2
Wouter van Dam
  • Vaktechnisch officer

Deel dit artikel