Belastingadvies

Eindejaarstips 2026 voor alle belastingplichtigen

Welke financiële en fiscale zaken vragen nog aandacht voor het einde van 2026? En waar kun je richting 2027 alvast rekening mee houden? In deze eindejaarstips zetten we belangrijke aandachtspunten voor belastingplichtigen op een rij.

Particulieren LR

Let op: een deel van de maatregelen uit het Belastingplan 2027 en andere wetsvoorstellen is nog niet definitief. De Tweede en Eerste Kamer moeten hiermee nog akkoord gaan. De inhoud en ingangsdatum kunnen daarom nog wijzigen. Stem belangrijke beslissingen altijd af met je adviseur.

1. Plan de samenstelling van je vermogen in box 3

Heb je privévermogen? Dan betaal je belasting in box 3 als je vermogen hoger is dan het vrijgestelde bedrag. Hoeveel belasting je betaalt, hangt onder andere af van de hoogte en samenstelling van je vermogen.

Tip! Roerende zaken voor eigen gebruik of gebruik binnen het gezin tellen niet mee voor box 3. Je hoeft bijvoorbeeld de waarde van je personenauto, kampeermiddel, boot, juwelen of inboedel niet op te geven in box 3.

Je kunt belasting besparen door uitgaven rond de peildatum van 1 januari 2027 slim te plannen. Ben je van plan een personenauto of ander vrijgesteld vermogen te kopen? Dan kan het box 3-belasting schelen als je de aankoop vóór 1 januari 2027 betaalt met je spaargeld of bijvoorbeeld je beleggingen. De besparing is het grootst als je vanuit je beleggingen betaalt. Zorg er wel voor dat je de aankoop en betaling uiterlijk 31 december 2026 doet.

Let op! 
De belasting in box 3 wordt berekend aan de hand van wettelijk vastgestelde rendementen. Deze verschillen per soort vermogen. Voor bank- en spaartegoeden geldt een relatief laag rendement. Voor 2025 is dit vastgesteld op 1,37% en voor 2026 voorlopig op 1,28%. Het percentage voor 2026 is nog niet definitief. Voor overige vermogenssoorten, eigenlijk alles wat geen bank- of spaartegoed is, geldt op 1 januari 2027 een wettelijk vastgesteld rendement van 6,37%. In de koopkrachtbrief is voorgesteld om dit rendement voor 2027 verder te verhogen naar 7,87%.

Door dit grote verschil in rendementen kun je ook rond de peildatum van 1 januari 2027 je vermogen slim plannen. Heb je bijvoorbeeld een verhuurd pand in box 3 al verkocht? Dan kun je dit beter vóór 1 januari 2027 bij de notaris laten overdragen dan erna. Bij een overdracht vanaf 1 januari 2027 wordt namelijk nog een rendement van 6,37% over de waarde van het verhuurde pand meegerekend in box 3. Als de voorgestelde verhoging doorgaat, is dat 7,87%.

Let op! 
Je mag de samenstelling van je vermogen rond 1 januari 2027 niet tijdelijk wijzigen om belasting te besparen. Hiervoor gelden regels tegen zogenoemde peildatumarbitrage. Je kunt bijvoorbeeld niet een overige bezitting vóór 1 januari omzetten in een banktegoed en dit na 1 januari weer omzetten in een andere overige bezitting. Ook kun je niet vóór 1 januari een schuld aangaan, het bedrag op een bankrekening zetten en de schuld na 1 januari weer aflossen. Dit kan alleen als er meer dan drie maanden tussen de wijzigingen zit óf als je kunt aantonen dat je een zakelijke reden hebt voor de wijzigingen rond 1 januari.

Tip! 
Is je vermogen dat meetelt in box 3 op 1 januari 2027 niet hoger dan € 60.098? Dan betaal je geen belasting in box 3. Heb je een fiscale partner, dan is het belastingvrije vermogen voor jullie samen het dubbele: € 120.196. De uiteindelijke hoogte van dit heffingsvrije vermogen is nog onderwerp van politieke discussie. In de koopkrachtbrief is voorgesteld om het te verlagen naar € 30.846, maar dat voorstel lijkt inmiddels alweer achterhaald. Houd daarom rekening met een mogelijke aanpassing vlak voor de jaarwisseling.

2. Controleer of je de tegenbewijsregeling in box 3 kunt toepassen

Is je totale werkelijke rendement in box 3 lager dan het totale rendement waarmee de Belastingdienst rekent? Dan kun je mogelijk gebruikmaken van de tegenbewijsregeling box 3. De Hoge Raad deed hierover vanaf medio 2024 uitspraken. De tegenbewijsregeling is gebaseerd op de aanwijzingen van de Hoge Raad voor de berekening van het werkelijke rendement.

Let op! 
In principe kun je voor de jaren 2017 tot en met 2027 een beroep doen op de tegenbewijsregeling box 3. Voor de jaren 2017-2020 kan dit alleen als je definitieve aanslag inkomstenbelasting op 24 december 2021 nog niet onherroepelijk vaststond én je op tijd bezwaar maakte of om ambtshalve vermindering verzocht. Wil je voor 2021 nog gebruikmaken van de tegenbewijsregeling? Dan moet de Belastingdienst je verzoek vóór het einde van 2026 hebben ontvangen. De termijn voor een ambtshalve vermindering is vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft.

De berekening van het werkelijke rendement werkt waarschijnlijk anders dan je verwacht. Zo tellen bijvoorbeeld ook waardeveranderingen mee die je nog niet hebt gerealiseerd. Neem daarom contact op met onze adviseurs om te beoordelen of je gebruik kunt maken van de tegenbewijsregeling box 3.

Voor de tegenbewijsregeling moet je verplicht gebruikmaken van het formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR). Is je aanslag inkomstenbelasting nog niet definitief of loopt er een bezwaar of verzoek om ambtshalve vermindering? Dan ontvang je een brief van de Belastingdienst of heb je deze al ontvangen. Daarin staat hoe je gebruik kunt maken van de tegenbewijsregeling.

Tip! 
Je hoeft niet op de brief van de Belastingdienst te wachten als je jouw werkelijke rendement eerder wilt doorgeven. Je moet dan wel zelf een of meer bedragen opzoeken. Op de website van de Belastingdienst vind je hiervoor een invulinstructie.

Let op! 
Neem na ontvangst van de brief zo snel mogelijk contact op met onze adviseurs. Bij een bezwaar of verzoek om ambtshalve vermindering is de reactietermijn namelijk maar twaalf weken. De Belastingdienst verleent geen uitstel.

Tip! 
Is je werkelijke rendement hoger? Dan hoef je niets te doen. Je betaalt dan gewoon box 3-heffing op basis van het wettelijk vastgestelde rendement.

3. Bespaar belasting in box 3 en belastingrente met de juiste voorlopige aanslag IB 2026

Controleer je voorlopige aanslag IB 2026. Is deze te laag? Vraag dan zo snel mogelijk een nieuwe voorlopige aanslag aan. Betaal je de voorlopige aanslag nog in 2026, dan is je vermogen op 1 januari 2027 lager. Hierdoor betaal je mogelijk minder belasting in box 3. Dit voordeel is het grootst als je hiervoor beleggingen gebruikt.

Tip! 
Vraag de aanslag uiterlijk op 5 november 2026 aan. Dit is meer dan acht weken vóór het einde van het jaar. Lukt het de Belastingdienst niet om de aanslag op tijd op te leggen, waardoor je niet meer in 2026 kunt betalen? Dan mag je op 1 januari 2027 toch rekening houden met deze belastingschuld.

Is je voorlopige aanslag IB 2026 te laag? Dan kan de Belastingdienst vanaf 1 juli 2027 belastingrente berekenen over je definitieve of aanvullende voorlopige aanslag 2026. Deze belastingrente bedraagt in 2026 5%. Controleer daarom of je voorlopige aanslag 2026 juist is.

Tip! 
Is je voorlopige aanslag te hoog? Vraag dan een nieuwe, lagere voorlopige aanslag aan. De Belastingdienst vergoedt over het algemeen geen rente over een te hoge aanslag.

4. Voorkom dat heffingskortingen verloren gaan

Sinds 2023 krijgt iemand met weinig inkomen de algemene heffingskorting, arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting niet meer (gedeeltelijk) uitbetaald. Dit geldt ook als de fiscale partner voldoende belasting betaalt. Ben je vóór 1 januari 1963 geboren? Dan kun je de algemene heffingskorting nog wel uitbetaald krijgen, als je partner voldoende belasting betaalt. De arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting worden ook voor deze groep niet uitbetaald.

Hoe voorkom je dat heffingskortingen verloren gaan? Heeft je partner geen of weinig eigen inkomsten en hebben jullie samen belastbaar vermogen? Dan kun je het verlies aan heffingskortingen mogelijk deels voorkomen. In de aangifte kun je het vermogen geheel of gedeeltelijk toerekenen aan de partner met geen of weinig eigen inkomsten. Dit vermogen wordt belast in box 3. De heffingskortingen verminderen vervolgens de belasting over het box 3-inkomen.

Voor dga’s is er nog een andere mogelijkheid. Je kunt dividend uit de bv uitkeren en dit in de aangifte geheel of gedeeltelijk toerekenen aan je fiscale partner zonder of met weinig eigen inkomsten. Hierdoor kan de dga in feite belastingvrij dividend uitkeren.

Ben je ondernemer en wordt je winst belast met inkomstenbelasting? Dan kun je je meewerkende partner een arbeidsbeloning geven. Zo voorkom je dat bij je partner heffingskortingen verloren gaan. Deze arbeidsbeloning is onder voorwaarden aftrekbaar bij de ondernemer.

Let op! 
Het kabinet heeft voorgesteld om vanaf 2028 een deel van de algemene heffingskorting weer uit te betalen aan bepaalde minstverdienende partners die op of na 1 januari 1963 zijn geboren. De precieze voorwaarden en invoeringsdatum moeten nog worden bepaald. Het toerekenen van box 3-vermogen aan de minstverdienende partner kan door de vermogenstoets gevolgen hebben voor diens toeslagen. Toets dit daarom vooraf.

5. Cluster je zorgkosten

Zorgkosten zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Wel geldt er een drempel die afhangt van je inkomen. Hoe hoger je inkomen, hoe hoger de drempel. Alleen zorgkosten boven deze drempel zijn aftrekbaar.

Het kan daarom aantrekkelijk zijn om zorgkosten zoveel mogelijk in één jaar te maken. Koop je bijvoorbeeld in 2026 een nieuw gehoorapparaat en laat je in 2027 je gebit renoveren? Dan krijg je in beide jaren te maken met de drempel. Dit levert meestal minder aftrek op dan wanneer je beide uitgaven in één jaar doet. Het moment waarop je betaalt, bepaalt in welk jaar je de kosten mag aftrekken.

Verzekeringspremies zijn niet aftrekbaar. Het kan daarom voordelig zijn om geen aanvullende verzekering af te sluiten als de zorgkosten zelf wel aftrekbaar zijn. Overweeg dit alleen als je deze kosten zonder problemen zelf kunt betalen.

Let op! 
Maak je reiskosten voor een zorgbehandeling, bijvoorbeeld voor een bezoek aan een specialist? Sinds 2025 mag je hiervoor een vast bedrag per kilometer aftrekken. Vanwege de gestegen brandstofprijzen is dit bedrag met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2026 verhoogd van € 0,23 naar € 0,25 per km. Daarnaast geldt sinds 2025 een vast bedrag van € 925 per jaar voor extra vervoerskosten die je door ziekte of invaliditeit maakt ten opzichte van een vergelijkbare, gezonde persoon.

Let op! 
Ook parkeer-, veer- en tolgelden zijn aftrekbaar als je deze maakt voor een zorgbehandeling. Deze kosten mag je niet extra aftrekken als het gaat om het vaste bedrag van € 925 per jaar. Bewaar de betalingsbewijzen van deze kosten.

Let op! 
Het kabinet heeft voorgesteld om de aftrek van specifieke zorgkosten vanaf 2028 helemaal af te schaffen. Als dit voorstel doorgaat, kan het voordelig zijn om aftrekbare zorgkosten zoveel mogelijk in 2026 of 2027 te maken.

6. Koop nog dit jaar een lijfrente

De fiscaal aftrekbare bedragen voor een lijfrente zijn in 2023 flink verhoogd. Heb je een pensioentekort? Dan bedraagt de jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies 30% van het inkomen waarmee je spaart voor je pensioen. De maximale jaarruimte is in 2026 € 35.589. Je kunt lijfrentepremies aftrekken tot en met het vijfde jaar na het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt.

Je kunt ook niet-benutte jaarruimte uit de afgelopen tien jaar inhalen. Heb je in die periode niet je volledige jaarruimte gebruikt voor een lijfrente? Dan kun je deze ruimte alsnog benutten. Dit inhaalbedrag is in 2026 maximaal € 42.753.

Koop je een lijfrente of stort je geld op een lijfrentespaarrekening of lijfrentebeleggingsrecht? Dan creëer je een extra aftrekpost. Je pensioenopbouwtekort wordt bepaald aan de hand van je jaar- en reserveringsruimte. Voldoe je aan de voorwaarden? Dan kun je de premie in 2026 aftrekken tegen maximaal 49,5%. De premie is aftrekbaar in het jaar waarin je deze betaalt. Lijfrentes blijven ook de komende jaren aftrekbaar tegen het tabeltarief. Trek je de premie nu af tegen 49,5% en zijn de uitkeringen later belast tegen 36,2% door een lager inkomen? Dan bedraagt het tariefsvoordeel 13,3%-punt.

Let op! 
De betaalde bedragen zijn alleen aftrekbaar als je onvoldoende pensioen hebt opgebouwd. Bereken je jaarruimte met de officiële rekentool of op basis van je factor A/jaaropgave van je pensioenuitvoerder.
Tip! Betaal je lijfrentepremies in 2026. Alleen dan kun je deze aftrekken in je aangifte inkomstenbelasting 2026. Bovendien betaal je dan over 2027 minder belasting in box 3.

Let op! 
De betaalde lijfrentepremie verlaagt de belasting die je betaalt, maar niet je premie Zvw. Over de lijfrente-uitkering betaal je bij ontvangst wel premie Zvw. Hierdoor kan sprake zijn van dubbele heffing. Dit geldt voor zover je inkomen bij uitbetaling van de lijfrentetermijnen onder de Zvw-premiegrens ligt en je nu de Zvw-premiegrens nog niet hebt bereikt. Het nettorendement van de lijfrente wordt hierdoor lager.

Bepaalde heffingskortingen hangen af van je inkomen. Door de aftrek van een lijfrentepremie kan je algemene heffingskorting bijvoorbeeld hoger zijn. Boven een inkomen van € 78.426 heeft de lijfrentepremieaftrek in 2026 geen effect meer op de algemene heffingskorting. Op basis van de koopkrachtbrief wordt dit bedrag mogelijk ook verhoogd.

Let op! 
Voor een lijfrenteverzekering was een jaarbetaling achteraf toegestaan. Daardoor kon de eerste uitkering plaatsvinden in het jaar van de AOW-leeftijd plus zes jaar. Voor een lijfrenterekening en lijfrentebeleggingsrecht gold al de grens van de AOW-leeftijd plus vijf jaar. Vanaf 2026 is jaarbetaling achteraf niet meer toegestaan.

Let op! 
Wordt een lijfrente niet op tijd uitgekeerd? Dan geldt dit fiscaal als afkoop. Je betaalt dan in één keer inkomstenbelasting over het gehele lijfrenteproduct, vaak tegen het hoogste tarief. Daar komt 20% revisierente bovenop.

Let op! 
Heb je een lijfrente bij je eigen bv en ben je de AOW-leeftijd al gepasseerd? Neem dan contact met ons op om op tijd met de uitkering te starten en afkoop met revisierente te voorkomen.

Het bedrag waarover je fiscaal gefaciliteerd pensioen kunt opbouwen, is in 2026 € 137.800. Boven deze grens is pensioenopbouw onder meer mogelijk via een nettopensioen of nettolijfrente. Van 2027 tot 2032 blijft de grens € 137.800. Vooral werknemers met een hoger loon kunnen hierdoor eerder tegen deze grens aanlopen. Voor hen kan aanvullende pensioen- of vermogensopbouw interessant zijn.

Heb je een lijfrente afgesloten en premies gestort, maar zeg je de lijfrente binnen de wettelijke bedenktijd op? Dan kan dit gevolgen hebben voor de belasting over je vermogen in box 3. De Belastingdienst gaat er dan van uit dat de premiestorting niet heeft plaatsgevonden. Is de premie vóór de peildatum in box 3 betaald en wordt het bedrag daarna teruggestort? Dan telt het teruggestorte bedrag als overige bezitting mee in de rendementsgrondslag van box 3 van dat kalenderjaar. Heb je de premie betaald met banktegoeden? Dan levert dit een nadeel op door het verschil tussen de fictieve rendementen voor banktegoeden en overige bezittingen.

7. Cluster je giften of schenk periodiek

Giften aan goede doelen zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Hierbij geldt een drempel van 1% van je verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten, met een minimum van € 60. Alleen het bedrag boven deze drempel is aftrekbaar. Daarnaast geldt een maximum van 10% van je verzamelinkomen vóór aftrek van persoonsgebonden aftrekposten.

Tip! 
Cluster giften over meerdere jaren, zodat je maar één jaar met de drempel te maken hebt. Kom je boven het maximum van 10% van je inkomen uit? Dan kun je de giften juist beter over meerdere jaren spreiden.

Bij periodieke giften schenk je gedurende minstens vijf jaar een vast bedrag aan een goed doel. Dit kan meestal ook aan verenigingen met minimaal 25 leden. De betalingen zijn vast en gelijkmatig en eindigen uiterlijk bij overlijden. Je legt de schenking vast in een notariële of onderhandse akte. Voor periodieke giften geldt geen drempel of plafond. De aftrek is wel beperkt tot € 1.500.000 per huishouden per jaar. Ben je vóór 4 oktober 2022 16:00 uur een periodieke gift aangegaan? Dan is deze gift tot 2027 nog volledig aftrekbaar.

Voor een onderhandse akte gelden verschillende eisen. Je kunt hiervoor een overeenkomst downloaden via de website van de Belastingdienst (www.belastingdienst.nl). Zoek op ‘overeenkomst periodieke giften’.
Een periodieke gift mag je alleen onder bepaalde voorwaarden binnen vijf jaar beëindigen, bijvoorbeeld bij werkloosheid. Volgens de Belastingdienst heeft dit geen gevolgen voor giften die je in eerdere jaren hebt afgetrokken. Dit is anders als bij het aangaan van de schenkingsovereenkomst al duidelijk was dat je invloed had of zou krijgen op de looptijd van de periodieke gift.

Krijg je als vrijwilliger bij een ANBI een vergoeding en zie je daarvan af? Dan is dit geen periodieke gift. Hiervoor moet je namelijk minstens vijf jaar lang ieder jaar hetzelfde bedrag schenken.

Tip! 
Wil je jouw vrijwilligersvergoeding aan de ANBI schenken en als periodieke gift aanmerken? Dan kun je de gift en de vrijwilligersvergoeding van elkaar loskoppelen. Je spreekt bijvoorbeeld af dat je minimaal vijf jaar een vast bedrag schenkt en verrekent dit met je vrijwilligersvergoeding. Is de vergoeding lager dan de afgesproken jaarlijkse gift? Dan moet je het verschil bijbetalen.

Tip! 
Schenk periodiek als je geen rekening wilt houden met de drempel of het plafond.

8. Maak je (klein)kinderen blij met een schenking

Profiteer in 2026 nog van de jaarlijkse vrijstelling voor de schenkbelasting. Je kunt je kinderen in 2026 belastingvrij € 6.908 schenken en in 2027 € 7.088. Voor kleinkinderen en anderen is de vrijstelling € 2.769 in 2026 en € 2.841 in 2027.

Let op! 
Eindigt het huwelijk of geregistreerd partnerschap van je kind door overlijden? Dan blijven voor je ex-schoonkind het tarief en de vrijstellingen voor kinderen gelden. Dit geldt niet als het huwelijk of geregistreerd partnerschap eindigt door een echtscheiding.

Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar kun je de jaarlijkse vrijstelling eenmalig verhogen. De verhoogde vrijstelling bedraagt:

  • € 33.129 in 2026 en € 33.990 in 2027 als het bedrag vrij te besteden is;
  • € 69.009 in 2026 en € 70.803 in 2027 als het bedrag wordt gebruikt voor een dure studie.

Voor deze verhoogde vrijstellingen moet je aangifte doen. Voor de normale jaarlijkse vrijstelling hoeft dat niet.

Let op! 
Schenk je een periodieke uitkering? Dan geldt voor de leeftijdsgrens de leeftijd op het moment dat je de schenkingsovereenkomst aangaat. De ontvanger moet dan tussen de 18 en 40 jaar oud zijn. De 40e verjaardag telt nog mee.

Vanaf 2024 zijn giften in natura met een waarde van meer dan € 10.000 alleen aftrekbaar als de waarde objectief is bepaald. Dit moet blijken uit een onafhankelijk taxatierapport of een factuur. Voor fiscale partners geldt een grens van € 20.000. De voorgestelde aanscherping geldt voor de giftenaftrek in zowel de inkomstenbelasting als de vennootschapsbelasting.

Tip! 
Schenk je nog in 2026? Dan daalt je vermogen in box 3. Dat kan gunstig zijn voor je box 3-heffing. De schenking kan wel het box 3-vermogen van de ontvanger verhogen en daardoor gevolgen hebben voor toeslagen.

9. Lager tarief en hogere vrijstelling voor niet-erkend kind in Successiewet

Biologische, niet-erkende kinderen hebben vanaf 2026 voor de schenk- en erfbelasting dezelfde rechten als erkende kinderen. Hierdoor betalen zij over een schenking of erfenis niet meer belasting dan erkende kinderen. Deze wijziging volgt op een uitspraak van de Hoge Raad. Daarin oordeelde de Hoge Raad dat het verschil tussen biologische, niet-erkende kinderen en erkende kinderen in strijd is met het recht.

Tot 2026 konden biologische, niet-erkende kinderen de vrijstelling en het lagere tarief al claimen via de hardheidsclausule. Vanaf 2026 is dat niet meer nodig. Wel moet je met een DNA-test aantonen dat de ontvanger van de schenking of erfenis een biologisch kind is van de schenker of erflater. Zonder dit bewijs past de Belastingdienst het hogere tarief toe.

10. Verreken niet-afgetrokken persoonsgebonden aftrek

Een persoonsgebonden aftrekpost (PGA) kun je aftrekken van je inkomen. Hieronder vallen partneralimentatie, zorgkosten, giften en kosten voor het thuis verzorgen van ernstig gehandicapten. Je verrekent deze aftrekposten achtereenvolgens met je inkomen in box 1, box 3 en box 2. Blijft er daarna nog een bedrag over? Dan schuift dit door naar volgende jaren. Je kunt het niet verrekenen met voorgaande jaren.

In de praktijk komt het voor dat een restant persoonsgebonden aftrek per ongeluk niet wordt verrekend in een volgend jaar. Dit restant vervalt niet. Je moet het verrekenen in het eerstvolgende jaar waarvan de aanslag nog niet definitief vaststaat.

Voorbeeld
Je hebt in 2019 nog € 10.000 aan persoonsgebonden aftrek over. Je vergeet dit bedrag in 2020 en 2021 af te trekken van je inkomen en doet dit uiteindelijk in 2022. De inspecteur ontdekt dit in 2026. Stel dat de aanslagen over 2020 en 2021 al definitief zijn opgelegd. Deze aanslagen kunnen nog vijf jaar ambtshalve worden verminderd. Voor 2020 is dit in 2026 niet meer mogelijk. Daarom wordt het restant verrekend met 2021 en niet met 2022.

Tip! 
Ben je vergeten een restant persoonsgebonden aftrek te verrekenen? Doe dit dan alsnog. Het restant vervalt pas bij je overlijden. Een ambtshalve vermindering is mogelijk tot vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarop de aanslag betrekking heeft.

11. Vraag je toeslagen 2025 uiterlijk eind 2026 aan

Je kunt huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2025 nog aanvragen tot en met 31 december 2026. Voorheen liep deze termijn tot 1 september. Voor de kinderopvangtoeslag geldt een andere termijn. Die kun je maximaal drie maanden met terugwerkende kracht aanvragen. Kinderopvangtoeslag over 2025 kun je daarom niet meer aanvragen.

Tip! 
Heb je uitstel aangevraagd voor je aangifte inkomstenbelasting 2025? Dan geldt een andere aanvraagtermijn voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2025. Je kunt deze toeslagen aanvragen tot de datum waarop het uitstel voor je aangifte afloopt.

12. Houd rekening met de vermogenstoets voor toeslagen

Heb je een lager inkomen? Dan heb je mogelijk recht op zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag of kindgebonden budget. Voor alle toeslagen, behalve de kinderopvangtoeslag, geldt een vermogenstoets. Is je vermogen te hoog, dan heb je geen recht op de toeslag. Voor deze vermogenstoets telt je vermogen op 1 januari.

Voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget mag je vermogen in 2026 maximaal € 146.011 zijn. Heb je een partner, dan is dit maximaal € 184.633. Voor de huurtoeslag geldt een maximum van € 38.479, of € 76.958 als je een partner hebt. Ook een medebewoner mag voor de huurtoeslag niet meer dan € 38.479 aan vermogen hebben. In 2027 liggen deze bedragen iets hoger.

Sommige vormen van vermogen tellen niet mee voor de vermogenstoets. Dit heet bijzonder vermogen. Een voorbeeld is de financiële ondersteuning voor zorgmedewerkers met langdurige postcovidklachten. In 2026 zijn twee uitzonderingen toegevoegd. De eerste betreft tegemoetkomingen aan nabestaanden van een overleden aanvrager Kinderopvangtoeslag die gedupeerd was in de hersteloperatie toeslagen. De tweede betreft de wettelijke rente die uitkerende instanties verschuldigd zijn als een uitgezonderde uitkering niet op tijd wordt betaald. Een actuele lijst van alle uitzonderingen vind je op de website van de Belastingdienst. Zoek op ‘bijzonder vermogen’.

Tip! 
Ligt je vermogen rond de genoemde maxima en heb je recht op een of meer toeslagen? Dan kan het verstandig zijn om je vermogen te verlagen. Je kunt bijvoorbeeld een deel van je hypotheek aflossen of een geplande, grotere aankoop naar voren halen. Als ondernemer kun je binnen de fiscale mogelijkheden ook minder vermogen vanuit je bedrijf naar privé overbrengen, of juist privévermogen naar je bedrijf overbrengen.

Ook met een spaar-bv telt het vermogen niet mee voor de vermogenstoets voor toeslagen en voor de vermogenstoets voor de eigen bijdrage bij verblijf in een verzorgingsinstelling. Overleg met je adviseur of het rendabel is om hiervoor een spaar-bv op te richten. Maak vooraf een integrale doorrekening.

13. Verbetering kinderopvangtoeslag

Vanaf 2027 verbetert de kinderopvangtoeslag. Het vergoedingspercentage voor het eerste kind stijgt naar 95,6% voor ouders met een inkomen tussen ongeveer € 56.400 en € 71.900. Bij een hoger inkomen wordt het vergoedingspercentage geleidelijk lager.

Ook de maximale uurprijzen voor kinderopvang en het toetsingsinkomen worden geïndexeerd. Vanaf een inkomen van ongeveer € 56.400 neemt het vergoedingspercentage voor het eerste kind af. Door het toetsingsinkomen te indexeren, blijft de kinderopvangtoeslag gelijk als je inkomen alleen door inflatie stijgt.
Vanaf 2027 krijgen ook ouders die een promotietraject volgen of als onderzoeker werken bij een instelling of academisch ziekenhuis recht op kinderopvangtoeslag.

Let op! 
Vraag de kinderopvangtoeslag uiterlijk binnen drie maanden na de start van de opvang aan. Verandert je inkomen, het aantal opvanguren of de uurprijs? Geef dit dan binnen vier weken door om terugvorderingen te voorkomen.

Vragen? Neem contact op

Contact

1 JLF0301 bewerkt
drs. Natasja Groenink - van der Voort
  • Belastingadviseur
Renzo van der Ham 6
mr. Renzo van der Ham
  • Partner belastingadvies
Marco de Weerd 1
mr. Marco de Weerd
  • Adviseur omzetbelasting
Wouter van Dam 2
Wouter van Dam
  • Vaktechnisch officer

Deel dit artikel