Tweede Kamer akkoord met nieuwe box 3-wetten vanaf 2028

Update: Op 25 februari 2026 heeft een woordvoerder van minister Heinen van Financiën aangekondigd dat het onderstaande wetsvoorstel wordt herzien.

Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een nieuw box 3‑stelsel. Als ook de Eerste Kamer deze Wet werkelijk rendement goedkeurt, verandert vanaf 2028 de manier waarop vermogen wordt belast. Niet langer staat een forfaitair rendement centraal, maar juist het daadwerkelijk behaalde rendement.

Voor veel beleggers, spaarders en vastgoedbezitters betekent dit een andere manier van rekenen en plannen. Daarom is het verstandig om nu al inzicht te krijgen in de verwachte veranderingen, de nieuwe berekening van box 3 en de belangrijkste aandachtspunten voor een goede voorbereiding.

Ondernemingen en ondernemers

Wat gaat er veranderen in box 3 in 2028?

De kernwijziging is eenvoudig: box 3 gaat van een systeem gebaseerd op forfaitaire rendementen naar belasting op werkelijk rendement

Box 3 belasting 2028 wordt geheven over het rendement dat daadwerkelijk is behaald. Dat kan gaan om:

  • Rente op spaargeld
  • Dividend
  • Huurinkomsten
  • Verkoopresultaat van beleggingen of vastgoed

Kosten zijn aftrekbaar. Hierbij kan gedacht worden aan bankkosten, rentelasten en onderhoudskosten voor vastgoed. 

Bijzonder aan het wetsvoorstel is dat naast het daadwerkelijk ontvangen rendement ook het ongerealiseerde rendement belast wordt. Een voorbeeld is de waardestijging van aandelen die niet verkocht zijn. Voor vastgoed en aandelen in start-ups en scale-ups geldt een uitzondering. 

Er is veel kritiek op deze ‘vermogensaanwasbelasting’. De nieuwe coalitie heeft al aangegeven dit punt te willen wijzigen. De Tweede Kamer heeft de nieuwe regering daarbij opgedragen om uiterlijk bij het Belastingplan 2029 een concreet voorstel hiervoor te presenteren.

Veranderingen rondom vastgoed in 2028

Voor vastgoed in box 3 gaat vanaf 2028 een aparte regeling gelden. Dit geldt onder andere voor een tweede woning, vakantiewoning of verhuurd pand. Het stelsel voor vastgoed maakt onderscheid tussen drie situaties:

  1. Pand is minimaal 90% van het jaar verhuurd
    De werkelijke huurinkomsten worden belast. Kosten en lasten, waaronder onderhoud en financieringskosten, mogen hierbij worden afgetrokken.
  2. Pand wordt helemaal niet verhuurd
    Er wordt niet gekeken naar werkelijke huurinkomsten, maar een forfaitaire bijtelling. Deze bedraagt 3,35% van de WOZ-waarde van de woning. Ook hier mogen kosten en lasten afgetrokken worden.
  3. Pand is minder dan 90% van het jaar verhuurd
    Het hoogste van de volgende twee bedragen wordt belast:
    - De forfaitaire bijtelling (3,35% van de WOZ-waarde).
    - De werkelijke huurinkomsten minus kosten en lasten.

Waardestijging pas belast bij verkoop
Vastgoed is uitgezonderd van de vermogensaanwasbelasting. Waardestijgingen en -dalingen worden dus pas belast op het moment dat het pand wordt verkocht. Kosten van verbouwing of verbetering zijn niet direct aftrekbaar. Deze verhogen de aankoopwaarde van het pand en worden pas verrekend bij verkoop.

Deze dynamiek vraagt om een andere manier van plannen. Het is daarom verstandig om al in 2026 en 2027 te kijken naar financieringsstructuren, aflossingsschema’s en het overall rendement op de portefeuille.

Tarief en vrijstelling box 3 in 2028

De verwachting is dat één uniform tarief gaat gelden in box 3 dat niet veel zal afwijken van het huidige tarief van 36%.

In het nieuwe box 3‑stelsel op basis van werkelijk rendement verdwijnt het huidige heffingsvrij vermogen. In plaats daarvan wordt gewerkt met een heffingsvrije drempel. In het wetsvoorstel is de eerste € 1.800 aan rendement (€ 3.600 voor fiscale partners) vrijgesteld. Dit voorkomt dat belasting verschuldigd is bij kleine vermogens of lage rendementen.

Box 3 belasting 2028 voorbereiden

Hoewel de definitieve wetgeving nog door de Eerste Kamer moet worden goedgekeurd, is het verstandig om tijdig voor te bereiden. Dit kan alvast gedaan worden door:

  1. Het vermogen in kaart te brengen
    Krijg inzicht in de samenstelling van het vermogen en mogelijke schommelingen in rendement.
  2. Het historische rendement te analyseren
    Voorkom verassingen en krijg een eerste indicatie van de mogelijke belastingdruk in 2028.
  3. Het vastgoedbezit te evalueren
    Maak inzichtelijk hoe verhuurvorm, waardegroei en financiering invloed hebben binnen het nieuwe stelsel.
  4. De beleggingsstrategie te herzien
    Beleggen wordt directer belast op basis van resultaat. Dat kan vragen om een andere spreiding of risicohouding.
  5. Na te denken over de timing van transacties
    Krijg inzicht in de fiscale voordelen van aankoop, verkoop en/of herstructurering in 2026 en 2027.

Krijg inzicht in je vermogen en voorkom risico’s

Wil je weten wat de nieuwe berekening box 3 voor je betekent? Neem vandaag nog contact op met onze belastingadviseurs. Zij helpen je graag om toekomstbestendige keuzes te maken.

Neem contact op

Contact

Petra van der Ham 1
mr. Petra van der Ham - Pijpers
  • Manager tax compliance

Deel dit artikel