Belastingadvies

Nieuwe box 3 regels vanaf 2029: kabinet kiest voor vermogenswinstbelasting

Het kabinet stelt in een novelle op het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 voor om per 1 januari 2029 alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, onder een vermogenswinstbelasting in box 3 te brengen. 

Daarmee valt ongeveer 90% van het vermogen in box 3 onder de nieuwe systematiek. De overige vermogensbestanddelen, zoals banktegoeden, verzekeringsproducten en crypto in eigen wallets volgen naar verwachting per 2030. In 2027 en 2028 blijft het huidige forfaitaire stelsel met tegenbewijsregeling gelden.

Het kabinet wijzigt tegelijk box 2 om de gewijzigde plannen te dekken. Vooral ondernemers, dga’s en beleggers met vermogen in box 3 doen er goed aan de gevolgen in kaart te brengen.

Het voorstel is nog niet definitief: het wetsvoorstel moet uiterlijk 31 december 2026 door de Tweede en de Eerste Kamer zijn aangenomen. De voorstellen kunnen dus nog wijzigen. Na de Kamerbrief van 29 september 2026 bleek dat voor delen van het oorspronkelijke dekkingspakket onvoldoende politiek draagvlak bestond. Het kabinet heeft de dekking daarom aangepast om kleine spaarders te ontzien.
 

Adobe Stock 1485066847 web

Van vermogensaanwasbelasting naar vermogenswinstbelasting

Bij een vermogenswinstbelasting wordt een waardestijging pas belast op het moment van realisatie, bijvoorbeeld bij verkoop. Beleggers kunnen de heffing over die waardestijging dus uitstellen.

Dat is een belangrijk verschil met de eerder voorgestelde vermogensaanwasbelasting, waarbij beleggers jaarlijks belasting zouden betalen over waardestijgingen, ook als zij hun beleggingen nog niet hadden verkocht.

Door het uitstel van belastingheffing worden in de eerste jaren minder belastinginkomsten verwacht. Het kabinet zoekt daarom aanvullende dekking binnen box 2.

Invoering uitgesteld naar 2029

Het kabinet wilde de nieuwe regels aanvankelijk per 2028 invoeren. Volgens de Belastingdienst is invoering per 2028 echter niet uitvoerbaar. 

Ook de Afdeling advisering van de Raad van State en financiële instellingen wijzen op de risico's, onder andere omdat banken de benodigde gegevens niet tijdig kunnen leveren. Daarom gaat het nieuwe stelsel pas in op 1 januari 2029. 

Box 2: lagere tarieven en strengere regels voor lenen

Dekking wordt gevonden in box 2. Het tarief van de eerste schijf in box 2 wordt vanaf 2027 tijdelijk verlaagd van 24,5% naar 23,5%, en het tarief van de tweede schijf van 31% naar 29%. Deze verlaging geldt voor vier jaar (2027 tot en met 2030). Per 2031 keren de huidige tarieven terug.

Door het lagere tarief verwacht het kabinet dat ondernemers eerder en meer dividend uitkeren. Hoewel het tarief lager is, leidt het extra dividend daardoor tot extra belastingopbrengsten.

Tegelijkertijd wordt de regeling voor excessief lenen verder aangescherpt. De grens wordt vanaf 2027 in vijf jaarlijkse stappen van € 80.000 verlaagd van € 500.000 naar € 100.000 (per 31 december 2031). 

Hierdoor wordt het voor ondernemers minder aantrekkelijk om belastingheffing uit te stellen door geld uit de BV te lenen in plaats van dividend uit te keren.

Wat betekent dit voor ondernemers?

De maatregelen hebben deels een tegenovergesteld effect. Dividend uitkeren wordt tijdelijk goedkoper, terwijl een lening van de bv boven het steeds lagere maximumbedrag duurder wordt. 

Voor ondernemers met privévermogen biedt de vermogenswinstbelasting vanaf 2029 meer mogelijkheden om belastingheffing uit te stellen. Tot en met 2028 blijft het huidige box 3-stelsel van kracht.

Het is daarom slim om nu al te kijken naar je:

  • Dividendplanning: de lagere tarieven gelden tijdelijk (2027 tot en met 2030), dus timing is van belang.
  • Bestaande bv-leningen: toets ze aan het afbouwpad naar € 100.000.
  • Box 3-positie: wat betekent de overgang naar de vermogenswinstbelasting per 2029 voor jouw beleggingen?

Wil je weten wat de belastingplannen voor jou betekenen? Neem dan contact op met jouw adviseur van Moore MKW. Samen brengen we de gevolgen in kaart en bepalen we welke acties aansluiten bij jouw plannen.

Neem contact op

Vragen?

Wouter van Dam 2
Wouter van Dam
  • Vaktechnisch officer

Veelgestelde vragen over box 3 vanaf 2028

Het kabinet stelt voor om vanaf 1 januari 2029 financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, in box 3 te belasten via een vermogenswinstbelasting. Dat betekent dat waardestijgingen in principe pas worden belast bij realisatie, bijvoorbeeld bij verkoop. Tot en met 2028 blijft het huidige box 3-stelsel met tegenbewijsregeling gelden.

Nee. Het voorstel is nog niet definitief. Het wetsvoorstel moet uiterlijk 31 december 2026 door de Tweede en Eerste Kamer zijn aangenomen. Tot die tijd kunnen de plannen nog wijzigen.

Bij een vermogensaanwasbelasting wordt een waardestijging jaarlijks belast, ook als het vermogen nog niet is verkocht. Bij een vermogenswinstbelasting wordt belasting pas geheven op het moment dat de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop van aandelen. Hierdoor kan belastingheffing worden uitgesteld.

Hoe het werkelijke rendement precies wordt vastgesteld, hangt af van de definitieve wetgeving. Voor financiële instrumenten stelt het kabinet een vermogenswinstbelasting voor. Daarbij worden waardestijgingen in principe belast op het moment van realisatie, bijvoorbeeld bij verkoop.

Deel dit artikel