Belastingadvies

Nieuwe box 3 regels vanaf 2028: kabinet kiest voor vermogenswinstbelasting

Het kabinet stelt in een Kamerbrief van 29 september 2026 voor om per 2028 alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, onder een vermogenswinstbelasting in box 3 te brengen. Daarmee valt ongeveer 90% van het vermogen in box 3 onder de nieuwe systematiek. De overige vermogensbestanddelen volgen in 2030.

Het kabinet verlaagt tegelijk het heffingsvrij vermogen, verhoogt het forfait en past box 2 aan. Vooral ondernemers, DGA's en beleggers met vermogen in box 3 kunnen te maken krijgen met hogere belastingen. 

Het voorstel is nog niet definitief: de novelle moet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer zijn aangenomen.

Adobe Stock 1485066847 web

Van vermogensaanwasbelasting naar vermogenswinstbelasting

Bij een vermogenswinstbelasting wordt een waardestijging pas belast op het moment van realisatie, bijvoorbeeld bij verkoop. Beleggers kunnen de heffing over die waardestijging dus uitstellen. 

Dat is een belangrijk verschil met de eerder voorgestelde vermogensaanwasbelasting, waarbij beleggers jaarlijks belasting zouden betalen over waardestijgingen, ook als zij hun beleggingen nog niet hadden verkocht.

Beleggers kunnen de heffing over die waardestijging bij een vermogenswinstbelasting dus uitstellen. Door het uitstel van belastingheffing worden in de eerste jaren minder belastinginkomsten verwacht. Het kabinet zoekt daarom aanvullende dekking binnen box 2 en box 3. 

Hogere heffing in box 3 in 2027 als tussenstap

De dekking wordt deels binnen box 3 zelf gevonden. Het heffingsvrije vermogen wordt verlaagd van € 59.357 per persoon (€ 118.714 voor fiscale partners) naar € 30.846 per persoon (€ 61.692 voor fiscale partners) in 2027. 

Daarnaast wordt het door de Belastingdienst vastgestelde rendement (forfait) voor overige bezittingen vanaf 2027 met 1,5 procentpunt verhoogd. Onder deze categorie vallen bijvoorbeeld aandelen, crypto, vorderingen, verhuurde woningen en andere onroerende zaken.

Deze veranderingen zorgen samen voor een aanzienlijke lastenverhoging in box 3 in 2027. Een persoon die bijvoorbeeld alleen € 200.000 aandelen bezit, gaat ruim € 1.500 meer belasting in box 3 betalen in 2027.

Heffingsvrij resultaat vanaf 2028

Vanaf 2028 wordt niet langer een bepaald bedrag aan vermogen vrijgesteld. In plaats daarvan blijft de eerste € 1.000 aan rendement per jaar onbelast (€ 2.000 voor fiscale partners). Alleen het rendement boven dit bedrag wordt belast. In de eerdere plannen was het heffingsvrije resultaat € 1.800. Door dit te verlagen naar € 1.000 gaan naar schatting 850.000 extra mensen box 3 betalen.

Box 2: lager tarief en strengere regels voor lenen

Daarnaast wordt dekking gevonden in box 2. Het tarief van de tweede schijf in box 2 wordt vanaf 2027 tijdelijk met 1,8 procentpunt verlaagd naar 29,2%. Deze verlaging geldt voor vier jaar. 

Door het lagere tarief verwacht het kabinet dat ondernemers eerder en meer dividend uitkeren. Hoewel het tarief lager is, leidt het extra dividend daardoor tot extra belastingopbrengsten.

Tegelijkertijd wordt de regeling voor excessief lenen verder aangescherpt. De grens wordt vanaf 2027 in vijf stappen van € 80.000 verlaagd van € 500.000 naar € 100.000. Hierdoor wordt het voor ondernemers minder aantrekkelijk om belastingheffing uit te stellen door geld uit de BV te lenen in plaats van dividend uit te keren.

Wat betekent dit voor ondernemers?

De maatregelen hebben deels een tegenovergesteld effect. Dividend uitkeren wordt tijdelijk goedkoper, terwijl een lening van de BV boven € 100.000 duurder wordt. Voor ondernemers met privévermogen biedt de vermogenswinstbelasting vanaf 2028 meer mogelijkheden om belastingheffing uit te stellen. Daar staat een hogere box 3-heffing tegenover, met name door het lagere heffingsvrij vermogen en het hogere forfait.

Het is daarom slim om nu al te kijken naar jouw:

  • Dividendplanning: het lagere tarief geldt tijdelijk, dus timing is van belang.
  • Bestaande BV-leningen: toets ze aan het afbouwpad naar € 100.000.
  • Box 3-positie: wat betekenen de lagere vrijstelling en het hogere forfait in 2027, en hoe pakt 2028 uit?

Wil je weten wat de belastingplannen voor jou betekenen? Neem dan contact op met jouw adviseur van Moore MKW. Samen brengen we de gevolgen in kaart en bepalen we welke acties aansluiten bij jouw plannen.

Neem contact op

Vragen?

Wouter van Dam 2
Wouter van Dam
  • Vaktechnisch officer

Veelgestelde vragen over box 3 vanaf 2028

Het kabinet stelt voor om vanaf 2028 alle financiële instrumenten, zoals aandelen, obligaties en opties, in box 3 te belasten via een vermogenswinstbelasting. Dat blijkt uit een Kamerbrief van 29 september 2026.

Het voorstel is nog niet definitief. De novelle moet vóór 31 december 2026 door de Eerste Kamer worden aangenomen. Tot die tijd kunnen de plannen nog wijzigen.

Bij een vermogensaanwasbelasting wordt een waardestijging jaarlijks belast, ook als het vermogen nog niet is verkocht. Bij een vermogenswinstbelasting wordt belasting pas geheven op het moment dat de winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd, bijvoorbeeld bij verkoop van aandelen. Hierdoor kan belastingheffing worden uitgesteld.

Hoe het werkelijke rendement precies wordt vastgesteld, hangt af van de uiteindelijke wetgeving. Uit het voorstel blijkt dat voor financiële instrumenten wordt aangesloten bij een vermogenswinstbelasting, waarbij waardestijgingen in de basis worden belast op het moment van realisatie.

Deel dit artikel