1. In 2026 nog dividend uitkeren of juist niet?
In box 2 wordt belasting geheven over voordelen uit aanmerkelijk belang, zoals dividenduitkeringen aan de aandeelhouder in privé. In box 2 gelden een laag en een hoog tarief van respectievelijk 24,5% en 31%. Het lage tarief is van toepassing tot € 68.843. Fiscale partners profiteren twee keer van het lage tarief. Dat betekent dat een dividenduitkering van € 137.686 in 2026 volledig belast wordt tegen het lage tarief van 24,5%.
Tip!
Wil je dit jaar nog een dividenduitkering doen? Keer dan uit tot het maximum van de eerste schijf: € 68.843 of € 135.686 als je een fiscaal partner hebt.
Let op!
Vraag tijdig een voorlopige aanslag inkomstenbelasting aan voor het ontvangen dividend om de heffing van belastingrente te voorkomen.
Daarnaast beïnvloeden dividenden de algemene heffingskorting, jouw vermogen in box 3 en eventuele excessieve leningen. Overleg daarom altijd met je fiscaal adviseur of het voordelig is om nu dividend uit te keren.
Tip!
Heeft jouw partner geen eigen inkomen? Dan kan het voordelig zijn om het dividendinkomen in de aangifte inkomstenbelasting aan jouw partner toe te rekenen, zodat de algemene heffingskorting optimaal wordt benut.
2. Beoordeel omvang schulden aan de bv - excessief lenen
Leen je als dga op 31 december 2026 meer dan € 500.000 van jouw eigen bv? Dan wordt het bedrag daarboven beschouwd als belast inkomen in box 2 van de inkomstenbelasting (excessief lenen). Dit geldt ook voor bepaalde schulden van de fiscale partner en verbonden personen, zoals kinderen. Leningen voor de eigen woning zijn onder voorwaarden uitgezonderd.
Het is dus van belang om een inschatting te maken hoe hoog de schulden aan de bv op 31 december 2026 zijn. Wanneer deze schulden naar verwachting hoger zijn dan € 500.000, dan kan samen met jouw adviseur bekeken worden welke actie in jouw geval fiscaal het meest voordelig is.
Let op!
Eigenwoningleningen bij de bv waarop een hypotheek is gevestigd tellen niet voor de berekening van de maximale schuld voor het excessief lenen. Schakel tijdig de notaris in voor het vestigen van een hypotheek, zodat op de peildatum van 31 december 2026 de eigenwoningschuld buiten het excessief lenen valt.
Voor eigenwoningschulden bij de bv die reeds op 31-12-2022 waren afgesloten, geldt deze hypotheekeis niet. Dit is anders als een schuld van de bank is overgesloten naar de bv.
3. Beleggen en vastgoed: privé of in de bv?
Als dga is het belangrijk om goed af te wegen of ze het beste in privé of in de bv beleggen. Door de mogelijkheid om in privé nu nog te kunnen kiezen tussen forfait en werkelijk rendement box 3 kan beleggen in privé in sommige situaties aantrekkelijker zijn dan beleggen via de bv.
Daar staat tegenover dat het overbrengen van vermogen van de bv naar privé vaak leidt tot belastingheffing in box 2. Hierdoor is het bedrag dat uiteindelijk in privé kan worden belegd lager.
Ook bij vastgoed is de keuze tussen privé en de bv belangrijk. Vastgoed in box 3 kan door de huidige fiscale regels relatief zwaar worden belast. Of het fiscaal aantrekkelijker is om vastgoed in de bv of privé aan te houden, hangt onder meer af van het rendement, de financiering en de toekomstige waardeontwikkeling.
Het overhevelen van bestaand vastgoed naar de bv kan echter leiden tot overdrachtsbelasting. Bij de aankoop van nieuw vastgoed kan het daarom verstandig zijn om vooraf te bepalen of de bv of privé de aankoop moet doen.
Tip!
Laat bij voorgenomen beleggingen of investeringen vooraf berekenen of het fiscaal voordeliger is om deze privé of via de bv aan te houden. Daarbij kunnen onder meer de belastingheffing in box 2 en box 3, het verwachte rendement en eventuele overdrachtsbelasting een belangrijke rol spelen.
Door verschillende scenario’s vooraf door te rekenen, voorkom je dat je later tegen onnodige belastingheffing aanloopt.
4. Stort in een lijfrente
Betaalde premies en gedane stortingen voor een lijfrentebeleggingsrekening of lijfrentespaarrekening zijn, onder voorwaarden, aftrekbaar in box 1. Heb je in 2025 een pensioentekort? Dan kun je in 2026 gebruikmaken van je fiscale jaarruimte voor de aftrek van lijfrentepremies. De jaarruimte bedraagt maximaal 30% van de premiegrondslag. De maximale jaarruimte in 2026 is € 35.589.
Misschien heb je ook nog reserveringsruimte uit voorgaande jaren? Dan kun je daarvan in 2026 maximaal € 42.753 gebruiken. In totaal kan de aftrek daarmee oplopen tot € 78.342.
Het tegoed op een kwalificerende lijfrenterekening telt niet mee voor box 3. Door nog in 2026 een bedrag in een lijfrente te storten, verlaagt het vermogen in box 3 op 1 januari 2027. Dit kan leiden tot een belastingbesparing in 2027.
Tip!
Uit onze ervaring benutten dga’s de mogelijkheid om via een lijfrente fiscaal aantrekkelijk te sparen voor de oude dag nog relatief weinig. Heb je een pensioentekort? Controleer dan of je nog jaarruimte en/of reserveringsruimte hebt. Hiermee kun je mogelijk zowel een aftrekpost in box 1 creëren als je vermogen in box 3 verlagen.
5. Plan de samenstelling van je vermogen voor box 3
Heb je privévermogen? Dan is het belangrijk om rekening te houden met de belastingheffing die je betaalt over de verschillende typen vermogen in box 3. De hoogte van de box 3-belasting hangt namelijk niet alleen af van de omvang van je vermogen, maar ook van de samenstelling. Roerende zaken die je zelf gebruikt (denk aan inboedel, juwelen of een boot) tellen bovendien niet mee in box 3.
Tip!
In 2026 mag je ook kiezen voor belastingheffing op basis van het werkelijk behaalde rendement. Bereken na afloop van het jaar of belastingheffing over het werkelijk behaalde rendement voordeliger is dan belastingheffing op basis van het forfaitaire rendement. Zeker bij een relatief laag werkelijk rendement kan dit interessant zijn.
6. Maak gebruik van het lage VPB-tarief
De eerste schijf van de vennootschapsbelasting kent een tarief van 19% en geldt voor een winst tot € 200.000. Valt de winst van de bv dit jaar hoger uit dan € 200.000, dan is het – voor zover fiscaal en bedrijfseconomisch mogelijk – voordelig zijn om kosten naar voren te halen en bepaalde opbrengsten uit te stellen.
Denk daarnaast aan de kostenegalisatiereserve, de herinvesteringsreserve, voorzieningen en aan vervroegd afschrijven. Op deze manier blijft de winst in de aangifte vennootschapsbelasting dit jaar wellicht slechts belast tegen een tarief van 19% in plaats van 25,8%.
Tip!
Wijkt de winst af van de verwachtingen, vraag dan op tijd een nieuwe voorlopige aanslag VPB aan. Hiermee voorkom je de betaling van belastingrente, terwijl je bij een teruggave voorkomt dat dit bedrag renteloos uitstaat bij de Belastingdienst.
7. Optimaliseer (kleinschaligheids)investeringsaftrek (KIA)
Ondernemers hebben recht op de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen (KIA). Er geldt wel een aantal voorwaarden, waaronder een minimum investeringsbedrag van € 2.901 en een maximum van € 398.236 (2026).
De KIA krijg je bovendien alleen voor investeringsgoederen waarop je moet afschrijven. Dit betekent dat het bedrijfsmiddel minstens € 450 moet kosten. Investeer je in 2026 in totaal dus tussen € 2.901 en € 398.236 aan bedrijfsmiddelen die ieder minstens € 450 kosten, dan heb je recht op de KIA.
Rondom de investeringsaftrek is er een aantal zaken om rekening mee te houden: het moment van het aangaan van investeringsverplichtingen (geven opdracht, ondertekening offerte e.d.), in combinatie met de tabel van de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek.
Het percentage aan aftrek is in 2026 het hoogst als het totaal aan investeringen ligt tussen € 2.900 en € 71.683 (28%). Het plannen en – voor zover mogelijk – het spreiden van investeringsverplichtingen loont vaak de moeite.
8. Vorm een herinvesteringsreserve (HIR) voor een verkocht bedrijfsmiddel
Heb je bedrijfsmiddel verkocht en daarbij een boekwinst behaald, dan kan je de belastingheffing over de boekwinst uitstellen door deze te reserveren in een herinvesteringsreserve (HIR).
De voorwaarde is dat je op de balansdatum een voornemen hebt om te herinvesteren. Het vervangingsvoornemen kan je aannemelijk maken door bijvoorbeeld offertes aan te vragen en advies in te winnen over een vervangend bedrijfsmiddel.
De HIR blijft gedurende maximaal drie jaar na het jaar waarin het bedrijfsmiddel is verkocht in stand. Investeer je binnen deze termijn in een ander bedrijfsmiddel, dan boek je de HIR af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel. Investeer je niet tijdig in een ander bedrijfsmiddel, dan valt de HIR aan het einde van het derde jaar in de winst.
Voor bedrijfsmiddelen die niet of in meer dan tien jaar worden afgeschreven, zoals vastgoed, geldt een extra voorwaarde. Daarbij moet het vervangende bedrijfsmiddel in de onderneming namelijk dezelfde bedrijfseconomische functie vervullen als het verkochte bedrijfsmiddel.
Zo mag een pand in eigen gebruik niet vervangen worden door een verhuurd pand en vice versa. Het is wel toegestaan om deze HIR aan te wenden voor investeringen op bedrijfsmiddelen die in maximaal 10 jaar worden afgeschreven.
9. Verminder gebruikelijk loon met kostenvergoedingen en auto van de zaak
Een dga moet zichzelf een gebruikelijk loon toekennen. Bepaalde kostenvergoedingen kunnen, mits deze individualiseerbaar zijn, worden meegenomen bij de bepaling van het gebruikelijk loon. Het voordeel hiervan is dat het overige brutoloon lager kan worden vastgesteld, waardoor je als dga mogelijk minder belasting in box 1 betaalt.
Het maakt daarbij niet uit of de kostenvergoeding belast of onbelast is. Denk bijvoorbeeld aan een vergoeding voor maaltijden of reiskosten. Ook de bijtelling vanwege privégebruik van de auto van de zaak kan worden meegenomen bij de bepaling van het gebruikelijk loon. Bij een auto van bijvoorbeeld € 60.000 en een bijtelling van 22% kan het overige brutoloon daardoor € 13.200 (€ 60.000 × 22%) lager worden vastgesteld.
Tip!
Controleer bij het vaststellen van het gebruikelijk loon of alle relevante loonbestanddelen zijn meegenomen. Dit kan voorkomen dat het gebruikelijk loon onnodig hoog wordt vastgesteld.
10. Profiteer nog van de bedrijfsopvolgingsregelingen
Bij de schenking of overdracht van een onderneming kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de bedrijfsopvolgingsregelingen in de inkomstenbelasting (DSR) en de schenk- of erfbelasting (BOR). Deze regelingen kunnen ervoor zorgen dat de belastingheffing bij de overdracht van de onderneming aanzienlijk wordt beperkt. Hierdoor kan de onderneming fiscaal vriendelijk worden overgedragen aan de volgende generatie.
Tip!
Wil je jouw onderneming op korte termijn overdragen of schenken? Laat dan tijdig beoordelen of je gebruik kunt maken van de BOR en DSR en of aan alle voorwaarden wordt voldaan.
11. Schenk aan (klein)kinderen
Profiteer ook dit jaar van de jaarlijkse schenkvrijstelling in de schenkbelasting. Zo kan je in 2026 € 6.908 belastingvrij schenken aan kinderen en € 2.769 belastingvrij schenken aan kleinkinderen en andere personen.
Voor kinderen tussen 18 en 40 jaar kan daarnaast gebruik worden gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling. Dit kan alleen als de verhoogde vrijstelling niet eerder door het kind is gebruikt. De bedragen voor 2026 zijn:
- € 33.129: vrij te besteden
- € 69.009: indien het bedrag gebruikt wordt voor een dure studie.
Wanneer de verhoogde vrijstelling wordt toegepast, mag daarnaast niet ook nog de jaarlijkse vrijstelling van € 6.908 worden toegepast.
Tip!
Schenk je nog in 2026, dan vermindert de schenking jouw vermogen in box 3, wat tot een belastingbesparing in 2027 kan leiden. Indien de ontvanger van de schenking het bedrag op 1 januari 2027 nog niet heeft besteed, maakt het wel onderdeel uit van zijn of haar box 3-vermogen.
12. Giftenaftrek inkomstenbelasting
Giften aan een algemeen nut beogende instellingen (ANBI) zijn aftrekbaar als het totaal van de giften in een jaar hoger is dan de drempel (1% van het drempelinkomen). Daarnaast geldt een maximum van 10% van het drempelinkomen. Hierbij mag de aftrek voor giften aan culturele instellingen verhoogd worden met 25% met een maximum van € 1.250.
Voor zogenaamde periodieke giften gelden andere regels. Een periodieke gift is een gift waarbij schriftelijk is vastgelegd dat gedurende minimaal vijf jaar jaarlijks een bedrag wordt geschonken. Voor periodieke giften geldt geen drempel, waardoor het bedrag in beginsel volledig aftrekbaar is. Er geldt wel een maximum van € 1.500.000 per jaar (2026).
Tip!
Hou bij giften rekening met bovenstaande drempels en maxima. Vooral periodieke giften kunnen fiscaal voordelig zijn, omdat hiervoor geen drempel en hoog maximum geldt.
13. Giftenaftrek vennootschapsbelasting
In de vennootschapsbelasting bestaat een regeling voor giftenaftrek aan algemeen nut beogende instellingen (ANBI's). Deze aftrek bedraagt maximaal 50% van de winst tot een maximum van € 100.000.
Giften aan culturele instellingen mogen worden verhoogd met 50% van het bedrag van de gift met een maximum van € 2.500. Wanneer bijvoorbeeld € 6.000 wordt geschonken aan een culturele instelling, dan mag € 8.500 (€ 6.000 + 50% met een maximum van € 2.500) worden afgetrokken.
Actie ondernemen of persoonlijk advies krijgen?
Wil je weten welke fiscale keuzes voor jou als ondernemer of dga het meeste opleveren? Wacht dan niet tot het einde van het jaar, maar breng tijdig je situatie in kaart. Onze adviseurs denken graag met je mee en helpen je om kansen te benutten, risico’s te beperken en goed voorbereid richting 2027 te gaan. Neem gerust contact met ons op voor persoonlijk advies.
Neem contact op
Contact
- Vaktechnisch officer