Voorjaarsnota 2023: de belangrijkste veranderingen op een rij

In de Voorjaarsnota 2023 staan de belangrijkste financiële plannen en prioriteiten van het kabinet beschreven. Ook dit jaar zijn er weer flink wat fiscale veranderingen aangekondigd. Benieuwd wat er in jouw situatie verandert? In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen voor je onder elkaar.
Voorjaarsnota 2023 de belangrijkste veranderingen op een rij

1. Fiscale wijzigingen voor bedrijven en ondernemers

Het kabinet heeft voor bedrijven en ondernemers een aantal wijzigingen aangekondigd die mogelijk ook op jouw situatie van toepassing zijn.

  • Aanpakken dividendstripping
    Het kabinet neemt maatregelen tegen fiscale constructies die ervoor zorgen dat bedrijven te weinig belasting betalen. Zoals dividendstripping. Bij dividendstripping worden dividenden opgesplitst om een belastingvoordeel te behalen. Hierdoor wordt er door bedrijven te weinig dividendbelasting afgedragen. Het aanpakken van dividendstripping wordt vanaf 2024 makkelijker door het wettelijk vastleggen van een zogenoemde registratiedatum en het aanpassen van de bewijslastverdeling.
  • Buiten toepassing laten drempel earningsstrippingmaatregel
    Een andere weg om fiscale constructies tegen te gaan is het aanscherpen van de zogenaamde earningsstrippingmaatregel. De VPB kent een renteaftrekbeperking die slechts van toepassing is bij bedrijven met een rentesaldo (rente opbrengst minus rentekosten) van € 1 miljoen. Om deze renteaftrekbeperking te voorkomen worden ondernemingen opgeknipt, zodat meermaals gebruik gemaakt kan worden van de drempel.

Door met ingang van 1 januari 2025 de drempel voor vastgoedlichamen met (aan derden) verhuurd vastgoed buiten toepassing te laten, wordt de groep voor wie het opknippen zin heeft kleiner. Deze bedrijven lopen namelijk direct tegen de renteaftrekbeperking aan. Dit betekent dat deze bedrijven minder belastingvoordeel zullen krijgen, waardoor ze meer belasting moeten betalen.

  • Aanpak van vastgoedaandelentransacties met overgangsrecht
    Ook fiscale constructies via een vastgoedaandelentransactie worden aangescherpt. Bij de levering van nieuw vastgoed moet er normaal gesproken btw worden betaald (21%). Bij de verrijking van bestaand vastgoed moet er overdrachtsbelasting (OVB) worden betaald. Maar soms kan deze belasting worden ontweken door niet het gebouw zelf te verkopen, maar de aandelen van de eigenaar te kopen. Hierdoor hoeft er geen btw of OVB te worden betaald.

De overheid wil dit soort belastingontwijking aanpakken door de samenloop regels aan te passen. Op 27 februari 2023 is er een voorstel gepubliceerd voor internetconsultatie. Naar aanleiding van de feedback wordt het voorstel verder uitgewerkt, waarbij er rekening wordt gehouden met een overgangsperiode.

  • EIA aftrekpercentage structureel verlaagd in 2024
    In 2023 is de energie-investeringsaftrek (EIA) 45,5% als je investeert in nieuwe bedrijfsmiddelen die op de Energielijst staan. In 2022 was er echter een tekort in het EIA-budget van € 60 miljoen. Vanaf 2024 wordt het aftrekpercentage daarom structureel verlaagd en wordt het plafond van het maximaal investeringsbedrag eveneens verlaagd.
  • Afschaffen betalingskorting voorlopige aangifte (VA) inkomstenbelasting
    Sinds 1 januari 2023 is de betalingskorting bij de voorlopige aangifte (VA) van de vennootschapsbelasting afgeschaft. In lijn daarmee wordt ook voor de inkomstenbelasting de betalingskorting bij de VA afgeschaft.
  • Wijziging plaats van dienst
    Voor culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve of vermakelijkheidsdiensten die virtueel worden verricht zal vanaf 2025 de btw van de lidstaat van de woon- of vestigingsplaats van de afnemer verschuldigd zijn. Daarmee wordt meer aangesloten bij btw-heffing in de lidstaat van verbruik.
  • Vereenvoudigen vrijstelling OV-abonnement van loonheffing
    Op dit moment zijn er twee regelingen voor het onbelast verstrekken van OV-abonnementen door werkgevers. Deze worden vervangen door één vrijstelling zodat het onbelast verstrekken van OV-abonnementen eenvoudiger is.
  • Afschaffing loonkostenvoordelen (LKV) doelgroep ouderen per 2026
    Het loonkostenvoordeel (LKV) voor ouderen verdwijnt per 2026. Het kabinet schaft het LKV voor ouderen af omdat uit evaluatie blijkt dat het effect beperkt is.
  • Tarief CO2¬heffing omhoog vanaf 2025
    Vanaf 1 januari 2025 stijgt de CO2-heffing. Wat het nieuwe tarief wordt, is nog onbekend. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) doet in de tweede helft van 2023 een tariefstudie. Deze studie is nodig om vast te stellen welk tarief er nodig is om de in het Coalitieakkoord aangekondigde CO2-reductie van 4 Mton voor de industrie te waarborgen.

2. Fiscale wijzigingen vermogen

Box 3 is al lange tijd onderwerp van gesprek. Het kabinet wil het belasten van inkomen uit sparen en beleggen (box 3) grondig aanpassen, maar die verandering zal niet in 2026, maar pas in 2027 worden ingevoerd. Tot die tijd heeft het kabinet in de voorjaarsnota al wel een aantal wijzigingen aangekondigd die tijdens de overbruggingsperiode tot 2027 moeten gaan gelden. Dat zijn de volgende voornemens:

  • Box 3: Aandelen in VvE (Vereniging van Eigenaren) scharen onder spaargeld
    Als er vermogen zit in een VvE valt dit voor de fiscus tot 2027 niet langer onder de categorie ‘overige bezittingen’, maar in de categorie banktegoeden. Door dit geld aan te merken als banktegoed is minder belasting verschuldigd in box 3 en sluit de belasting beter aan bij het werkelijke rendement.
  • Box 3: Derdenrekening notaris scharen onder spaargeld
    Ook het geld op een derdenrekening komt in de overbruggingsperiode in de categorie banktegoeden, dit betekent dat de belastingbetaler ook over dit vermogensbestanddeel minder box 3-belasting betaalt.
  • Box 3: Defiscaliseren onderlinge vorderingen
    Vorderingen en schulden tussen fiscaal partners en tussen ouder en minderjarige kinderen worden gedefiscaliseerd. Dit betekent dat deze vorderingen en schulden niet meer in de belastingaangifte hoeven te worden vermeld.
  • Box 3: Voorkomen dubbele belasting bij buitenlands vermogen
    In het Eindejaarbesluit 2022 is een speciale berekeningsmethode aangekondigd die moet voorkomen dat er dubbele belasting wordt geheven in box 3 bij buitenlands vermogen. Voor de voorkoming van dubbele belasting wordt de te betalen belasting nu verminderd met een gedeelte dat toe te rekenen is aan de buitenlandse bezittingen en schulden.
  • Pensioen: Uitstel ‘bedrag ineens’ met half jaar
    De maatregel waarin gepensioneerden een deel van hun pensioen als ‘bedrag ineens’ kunnen opnemen, is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2024. Met de maatregel ‘bedrag ineens’ mag een gepensioeneerde op de pensioeningangsdatum 10% van de waarde van het ouderdomspensioen in één keer opnemen.

3. Bedrijfsopvolgingregeling (BOR) en DSR (doorschuifregelingen)

Het kabinet heeft al langer plannen voor het versoberen van de BOR (Bedrijfsopvolgingsregeling in de Schenk- en erfbelasting) en de DSR (Doorschruifregeling inkomstenbelasting). Beide maatregelen zijn ooit in het leven geroepen om fiscale belemmeringen weg te nemen bij bedrijfsopvolging. In de voorjaarsnota 2023 kondigt het kabinet de volgende maatregelen van versobering aan:

  • Verhuurd vastgoed wordt vanaf 2024 wettelijk gezien als beleggingsvermogen Verhuurd vastgoed komt daardoor niet meer in aanmerking voor de BOR (SW) en DSR (doorschuifregelingen IB).
  • De grens voor de 100% vrijstelling in de BOR gaat per 2025 naar € 1,5 miljoen ondernemingsvermogen. Is ondernemersvermogen groter dan € 1,5 miljoen dan gaat het vrijstellingspercentage van de huidige 83% naar 70%.
  • BOR en DSR beperken tot reguliere aandelen met een minimaal belang van 5%
    Om in aanmerking te komen voor de BOR en DSR moet er sprake zijn van reguliere aandelen met een belang van minimaal 5%, die volledig meedelen in de winstgerechtigdheid en de liquidatieopbrengst. De huidige verwateringsregeling blijft bestaan, net als de uitzondering voor preferente aandelen in het kader van gefaseerde bedrijfsopvolging.
  • Afschaffen van de 5% doelmatigheidsmarge in de BOR en DSR.
    Nu wordt 5% van het beleggingsvermogen van bv’s meegeteld als ondernemingsvermogen. Volgens het kabinet is deze doelmatigheidsmarge vatbaar voor constructies en werkt het niet.
  • Aanpak constructies BOR (dubbel-BOR en rollatorinvesteringen)
    De BOR wordt regelmatig gebruikt in situaties waarbij er geen sprake is van een reële bedrijfsoverdracht, maar waar het grote vermogen, slechts met als doel het gebruiken van de BOR, is omgezet in ondernemersvermogen. Het kabinet wil dit oneigenlijk gebruik inperken door bijvoorbeeld een langere bezits- en voortzettingstermijn vanaf hoge leeftijd en een antimisbruikbepaling.
  • Keuzevermogen BOR/DSR
    Deze maatregel houdt in dat bedrijfsmiddelen die gemengd worden gebruikt slechts kwalificeren voor de BOR en de DSR voor zover ze daadwerkelijk binnen de onderneming worden gebruikt.
  • Versoepelingen van de bezits- en voortzettingseis BOR
    Ondernemers lopen in de praktijk tegen deze eisen aan bij bedrijfsopvolging. Het kabinet wil deze eisen versoepelen.
  • Afschaffing dienstbetrekkingseis
    De dienstbetrekkingseis houdt in dat de verkrijger voorafgaand aan de schenking minimaal drie jaar aaneengesloten in dienst moet zijn geweest. Deze dienstbetrekkingseis wordt afgeschaft.

4. Niet-fiscale wijzigingen

In de voorjaarsnota is ook bekend gemaakt dat het kabinet stopt met het STAP-budget. En dat kinderopvang pas in 2027 ‘bijna gratis’ wordt.

  • Scholingssubsidie STAP wordt vanaf 2024 afgeschaft
    De scholingssubsidie Stimulans Arbeidsmarktpositie (STAP) wordt per 2024 afgeschaft. Met het STAP-budget stelde het kabinet een subsidie van € 1.000 per persoon per jaar voor scholing en ontwikkeling.
  • ‘Gratis’ kinderopvang uitgesteld van 2025 naar 2027
    De invoering van het nieuwe financieringsstelsel kinderopvang, waarbij de kinderopvang ‘bijna gratis’ wordt, is uitgesteld. De Rijksoverheid zou vanaf 2025 96% van de kosten voor kinderopvang gaan betalen. Dat gaat nu twee jaar langer duren.

5. Waar nog naar wordt gekeken

In de voorjaarsnota wordt over de volgende onderwerpen aangegeven dat daar de komende tijd nog eens goed naar gekeken zal worden:

  • Doelmatigheid van de toepassing van het verlaagde btw-tarief
    Voor Prinsjesdag 2023 besluit het kabinet naar de de doelmatigheid van het lage btw-tarief (9%). In het bijzonder kijkt het kabinet daarbij naar het 9% btw-tarief in de sierteelt, arbeidsintensieve diensten (zoals schilders, kappers en schoenmakers), cultuur (zoals boeken, musea en bioscopen) en logies (zoals hotels en campings).
  • Alternatief voor motorrijtuigenbelasting (mrb) en bpm (belasting personenauto’s en motorrijwielen)
    Het kabinet geeft aan in juni 2023 te komen met voorstellen voor het versoberen of beëindigen van bijzondere regelingen in de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM), omdat deze niet doeltreffend zijn.
  • De aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten
    Uit een evaluatie blijkt dat de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten niet doeltreffend is. Het kabinet zal met Prinsjesdag een kabinetsreactie aanbieden aan de Tweede Kamer en ingaan op de specifieke situatie van chronisch zieken en gehandicapten.

Neem contact op

Contact

Mr. Hans Eppink
mr. Hans Eppink

Partner belastingadvies

+31 (0)57 021 93 46

Deel dit artikel