Inflatiebonus: nog in 2022 mogelijk?

De inflatie lijkt iedere maand een nieuw recordniveau te bereiken. Het kabinet heeft recent maatregelen bekend gemaakt, waaronder de verhoging van het minimumloon en lagere belastingtarieven in de 1e schijf, maar die treden pas in werking vanaf 2023. Veel werkgevers zijn welwillend om iets te doen voor de werknemers, maar klagen over de hoge belastingdruk op aanvullend loon. 

Volgens het kabinet zijn tussentijdse wijzigingen om uitvoeringstechnische redenen (software) niet mogelijk. Wij achten een tussentijdse ingreep onder voorwaarden wel mogelijk, de vraag is of de politieke wil aanwezig is. In dit artikel lees je een uitwerking van een mogelijk alternatief.

Pexels cottonbro 3943745

Voorstel inflatiebonus

Voorgesteld zou kunnen worden om werkgevers in de gelegenheid te stellen een eenmalige inflatiebonus uit te keren van maximaal € 2.000 netto per werknemer. Hiertoe zou dan een nieuwe eindheffingsregeling in het leven geroepen kunnen worden van 1% die betaald wordt door de werkgever.

Op dit moment kent de wet die regeling nog niet. Door eindheffing toe te passen wordt de belasting over de bonus betaald door de werkgever en ontvangt de werknemer het bonusbedrag netto. Door het tarief laag te houden wordt tegemoetgekomen aan het bezwaar van de werkgever tegen hoge belastingdruk én kan de overheid eenvoudig vaststellen hoeveel werkgevers gebruik maken van de regeling.

Mogelijke aanvullende maatregelen

Om budgettaire derving en misbruik te voorkomen zouden een aantal aanvullende maatregelen kunnen worden opgenomen:

  • De bonus mag niet worden uitbetaald indien deze tot stand komt door middel van uitruil van andere brutoloonbestanddelen.
  • De bonus maakt geen onderdeel uit van de grondslag op grond waarvan een transitievergoeding wordt berekend
  • De bonus behoort niet tot het verzamelinkomen op grond waarvan inkomensafhankelijke toeslagen worden berekend.
  • De bonus behoort niet tot de grondslag voor het pensioen.

Een dergelijke eindheffingsregeling staat nu nog niet in de wet. Dit hoeft geen bezwaar te zijn. Wij achten het mogelijk dat de voorgestelde maatregel wordt opgenomen in het beleidsbesluit dat vooruitlopend op wettelijke maatregelen een goedkeuring geeft.

Dat lijkt ons nu ook een prima alternatief. De wettelijke verandering zou kunnen plaatsvinden in een nota van wijziging in het Belastingplan 2023.

Mochten softwarematige aanpassingen een onoverkomelijke hobbel zijn, dan verwijzen wij naar de huidige systematiek van de werkkostenregeling (WKR). De daarvoor verschuldigde eindheffing wordt door werkgevers uiterlijk in het tweede loontijdvak van het daaropvolgende kalenderjaar aangegeven. Zij berekenen de heffing zelf en vullen de uitkomst in hun loonaangifte in.

In onze optiek zou dit met de nu voorgestelde eindheffing ook prima kunnen. Softwareleveranciers en de Belastingdienst hebben dan nog tijd om zo nodig hun systemen op de afdracht voor te bereiden.

Uitkomst

Met deze gerichte maatregel zou relatief eenvoudig een groot bedrag bij werknemers terecht komen die dit goed kunnen gebruiken voor de stijgende kosten van energie en levensonderhoud. Van budgettaire derving aan overheidszijde is geen sprake omdat het bedrag niet in plaats van regulier loon mag komen.

Sterker nog, de maatregel levert zelfs geld op, omdat het voorzienbaar is dat het verkregen geld wordt uitgegeven en er hierdoor omzetbelasting wordt afgedragen. De uitdaging ligt in Den Haag om een en ander politiek vorm te willen geven.

Neem contact op

Contact

Mr. Gerard Gelling
mr. Gerard Gelling

Loonheffingsspecialist

+31 (0)59 165 78 57

Deel dit artikel